Wéér een laagje verdriet bij het zicht op die iconische kerktoren


Nog dikwijls denk ik terug aan die gebeurtenis van twaalf jaar geleden; ik wandelde, met mijn vorige Blafmans, langs de Grote Kerk en bleef staan omdat hier ambulancemedewerkers en politiemensen ‘met iets’ bezig waren. Door de openstaande kerkdeuren bespeurde ik zorgelijke gezichten. Iemand onwel geworden, dacht ik nog en eigenlijk wilde ik doorlopen, maar voordat ik daartoe de kans kreeg vertelde een omstander me dat er zojuist een man van de kerktoren gesprongen was.
Afgelopen woensdag, rond een uurtje of vier, sprong hier wederom een man naar zijn levenseinde… naar nu blijkt (ik ontving daarover zojuist bericht) ging het om iemand die ik persoonlijk kende. En tóch zal ik vanaf deze plek zijn naam niet noemen. Met zelfdodingen ga je immers, zéker als plaatselijk journalist, nu eenmaal uiterst prudent om, al zijn er natuurlijk uitzonderingen op deze, door het journaille zélf opgelegde restrictie. Soms betreft het immers een nationaal fenomeen, als Herman Brood, die in 2001 besloot om van het Hilton te springen; soms ook betreft het een lokale bekendheid, zoals voormalig wethouder Jan Comijs die zichzelf (nu ruim 30 jaar terug) van het leven beroofde door een tuinslang op de uitlaat van zijn auto aan te sluiten om vervolgens, zittend achter het stuur, de uitlaatgassen hun dodelijke werk te laten doen. En ook als er veel mensen getuige waren (commotie op straat) kún je er natuurlijk niet omheen. In dit geval vind ik het niet mijn taak om de naam van de persoon in kwestie naar buiten te brengen.
Destijds schreef ik die gebeurtenis in een column van me af. En nee, ook toen schreef ik niet over de persoon in kwestie, maar over het feit dat ik vanaf dat moment nooit meer op dezelfde manier naar dat, voor mij en héél veel mede-Dordtenaren, zo iconische gebouw zou kunnen kijken. De toren van de Grote Kerk heeft er nu, in mijn hoofd althans, wederom een pijnlijk laagje verdriet bij gekregen.

Plaats een reactie