‘Ik woon op drie hoog… wil je me dood hebben of zo?’


Harm heeft altijd ruzie. Met wie? Tja… met de wereld eigenlijk en – als je er wat dieper over nadenkt – misschien wel vooral met zichzelf. Feit is in ieder geval dat ik hem nog nooit heb zien lachen. Hij ‘kent’ me van de krant en is me in de loop der jaren gaan beschouwen als zijn persoonlijke ombudsman. En dus roept hij me, als ik hem op straat tegen kom, steeds weer ter verantwoording over zo’n beetje alles wat hem op dat moment dwars zit. Meestal hoor ik zijn tirades geduldig aan: de bus was te laat, de OZB is te hoog, de wethouder (maakt niet uit welke) deugt niet en de reclameblokken op de buis duren te lang. Gisteren was hij boos op de glazenwasser die zich er – ik citeer – ‘altijd weer met een Jantje van Leiden van af maakt.’ Mijn reactie dat hij dat dan toch ook gewoon tegen die man kan zeggen wuift hij weg met de opmerking: ,,Dat heb totaal geen nut… want hij verstaat amper Nederlands.’’
Ik stel voor dat hij dan maar helemáál met zijn glazenwasser kapt, maar ook die suggestie wordt met een woest handgebaar van tafel geveegd: ,,Ja hoor, tuurlijk, dan zit ik straks als enige in ons rijtje met vuile ramen. Krijg ik straks nog heibel met de buren ook. Lekkere adviezen geef jij zeg.’’
Nog één keer doe ik een poging tot oplossing: ,,Waarom doe je het voortaan dan gewoon niet zelf?’’ Harm kijkt nu zo mogelijk nóg bozer: ,,Ja hoor, ik woon op drie hoog… wil je me soms dood hebben of zo?’’
ik verzeker Harm dat dit geenszins het geval is. ,,Hoewel… dat zou me wel een moordcolumn opleveren,’’ grap ik gewaagd. En zowaar zie ik die ouwe mopperkont zomaar ineens onbedaarlijk in de lach schieten.
Deze column schreef ik trouwens mét toestemming van Harm. Ik hoop dat zijn glazenwasser ‘m ook sportief opvat.

Plaats een reactie