
Ik was een jaar of 17 en zat op een bloedhete middag een potje te smelten op het Groothoofd. We waren met z’n drieën en hadden wat biertjes te veel op. ‘Een kratje bier voor wie het eerst in Zwijndrecht is’, zo luidde zomaar ineens de weddenschap aan de terrastafel en ik, testosteronbommetje met een iets te grote dosis zelfoverschatting, trok al een sprintje naar de kade van het Groothoofd. Plons… dát viel tegen, want het water was ijskoud en Zwijndrecht leek ineens wel héél ver weg. Mijn tafelgenoten lagen nu ook in het water en we hadden instant spijt van ons plannetje. Kortom… via het trappetje bij Bellevue gingen we weer de kant op om vervolgens ‘af te druipen’ richting huis. Pas jaren later drong tot me door dat het die middag wel eens héél anders had kunnen aflopen. Ik werkte inmiddels bij de krant en spitte op een middag, ter voorbereiding van een artikel over verdrinkingsgevallen in ‘Dordtse’ wateren, het archief door. Die week (ergens eind jaren tachtig) was er zojuist weer eens iemand in de rivier verdronken en, zo leerde ik uit het archief, dat kwam vaker voor dan ik verwacht had en niet alleen maar op de (soms kolkende) Maas of Merwede.
Het is wellicht een wat lange omhaal van woorden om te komen tot het punt dat ik wil maken, namelijk dat ik vind dat er wel degelijk een waarschuwingsbord moet komen om recreanten die, bij het strandje aan de Costa Loswal vertoeven, te waarschuwen voor de soms verraderlijke stroming in ‘t Wantij. Twee mannen die daar onlangs het leven van een meisje redden, hebben daar bij de gemeente op aangedrongen maar kregen nul op het rekest. Ik zeg: niet zeuren over mitsen en maren, maar gewoon neerzetten zo’n bord. Baat het niet dan schaadt het niet en wat kost zoiets nou helemaal? Het Wantij oogt immers vaak zóveel liefelijker dan ‘ie eigenlijk is.