
Is een gemeenteraad met 39 zetels eigenlijk wel groot genoeg voor een stad als Dordrecht, met, op dit moment, nét even meer dan 122.000 inwoners? Ik zou (mezelf) die vraag nooit gesteld hebben, ware het niet dat ik eerder deze week in mijn krant het volgende berichtje aantrof: de gemeenteraad van Dordrecht is opvallend klein, als je kijkt naar Europese gemeenten die ongeveer even groot zijn. Die tellen namelijk geen 39 raadsleden, zoals in Dordt, maar gemiddeld 45. Daarmee is ‘onze’ raad ruim 15 procent (ofwel zes zetels) kleiner dan het Europees gemiddelde, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Nu ben ik dat onderzoek (leve het internet) eens nader gaan bestuderen en zo ontdekte ik dat de juiste grootte van een gemeenteraad eigenlijk nooit écht objectief meetbaar is. Waarom niet? Omdat er nauwelijks richtlijnen bestaan om de omvang van een goed functionerende raad te kunnen vaststellen. Wat ik, na enige bestudering, vooral leerde (en da’s eigenlijk de conclusie uit een Amerikaans onderzoek uit 1989) is dat een raad groot genoeg moet zijn om representatief te zijn, maar tevens klein genoeg om capabele mensen te kunnen werven. Da’s althans mijn Jip-en-Janneke-vertaling uit een rapport dat verder niks zegt over de kwaliteit van de al dan niet te kleine gemeenteraad van Dordrecht. Daarbij komt dat dit onderzoek zich richt op álle Nederlandse gemeenteraden en wat blijkt? Ten opzichte van het Europees gemiddelde zijn die zo’n beetje allemaal aan de kleine kant, hetgeen kennelijk het gevolg is van een sterk verouderd rekenmodel. Toch deel ik (als beroepsvolger van de lokale democratie) de conclusie van deskundigen dat een tikkie groter de werkdruk (per raadslid) kan verlagen… dat bevordert de efficiency en komt de representativiteit ten goede. Maar ja, dáár hangt natuurlijk wél een prijskaartje aam en de logische vervolgvraag luidt dan: is het (u) dat waard? Ik kom er op terug.