Tóch was ik er trots op dat hij ‘van hier’ was…


Het is nou niet dat ik hem persoonlijk goed kende… nou ja, ik heb hem wel eens een handje gegeven en op de een of andere receptie heb ik ooit eens een oppervlakkig woordje met de toen inmiddels al ex-minister gewisseld. En ook al was hij, gedurende mijn jaren als beginnend journalist eigenlijk een exponent ‘van de politieke overzijde’ (hier spreekt een ouwe hippie) ik had wel degelijk een zwak voor de man. Waarom? Omdat hij gewoon écht aardig was en ook nog eens een trotse representant van een Dordrecht dat in die jaren nou niet bepaald een stad was die in politiek Nederland sterk vertegenwoordigd was. Kortom: ik was eigenlijk wel trots op het feit dat Gijs van Aardenne – door Hans Wiegel ooit liefkozend aangeduid als ‘ome Gijs’ – een Dordtenaar was.
En dát terwijl ik in de jaren dat hij minister was uitgerekend stage liep bij dat ó zo ‘rooie’ Het Vrije Volk, waar destijds niet bepaald liefkozend over mijn stadsgenoot geschreven werd. Integendeel, de politieke ondergang van Gijs van Aardenne werd in die krant destijds nog nét niet in pretletters beschreven. Die ondergang had alles te maken met het feit dat Van Aardenne de Tweede Kamer (medio jaren tachtig) niet had ingelicht over honderden miljoenen aan staatssteun, die hij tijdens zijn eerste periode als minister aan de noodlijdende scheepswerf RSV had verleend. Hij hoefde niet af te treden, maar nog twee jaar lang bleef hij aan als ‘tandeloos’ bewindsman… door het SGP-kamerlid Henk van Rossem zelfs aangeduid als ‘aangeschoten wild.’ Die term (destijds een noviteit) is sindsdien een gevleugelde uitdrukking in parlementaire kringen.
Gijs van Aardenne overleed in 1995 op 65-jarige leeftijd aan de slopende ziekte ALS.  Volgende maand, om precies te zijn op 5 september, staan de Dordtse liberalen stil bij dit Dordtse icoon. Zij doen dat onder andere met een aantal concerten van stadsbeiaardier Boudewijn Zwart. Dat vind ik een mooi en waardig eerbetoon.

Plaats een reactie