
Nee, ik ga vanaf deze plek de discussie niet eens aan of het vertrek van Primark uit de Dordtse binnenstad een drama of nou juist een zegen is. Het is immers wel duidelijk dat de meningen over deze kleertjesgigant al sinds jaar en dag behoorlijk verdeeld zijn.
Toegegeven… de hier aangeboden kleding was weliswaar relatief betaalbaar en oogde op het eerste gezicht ook best aantrekkelijk, maar daar tegenover stond dat de kwaliteit er van vaak matig was. Ook op het gebied van duurzaamheid valt er bij Primark wel wat aan te merken en tevens kun je nog altijd vraagtekens zetten bij het feit dat het overgrote deel van de ‘fast fashion’ alhier in landen vervaardigd wordt (India bijvoorbeeld), waar je nauwelijks inzicht hebt in de arbeidsomstandigheden. Laat ik het zo zeggen… in sommige bloesjes, zo hebben diverse onderzoeken al aangetoond, zitten wel degelijk eh… kindertraantjes.
Hoe dan ook, voor Dordtse en ‘Drechtse’ meisjes van 13 is het reuze jammer dat Primark de keuze gemaakt heeft om dit eiland te verlaten. En nee, da’s niet de schuld van de gemeente, want het was juist het gemeentebestuur dat, ruim tien jaar geleden alweer – net iets té gretig – de rode loper voor dit Ierse concern uitlegde. Begrijpelijk wel, want ook toen al was die Drievriendenhof verworden tot een totale mislukking. De komst van Primark zou dat állemaal weer goed maken en daar moesten zelfs twee zijdeuren van de Drievriendenhof voor wijken.
Gevolg: wat ooit een gezellig winkelcentrum met foodcorner) was werd een tochthol met, voor de bezoekende bakvisjes, maar één doel: snel langs al die andere winkels rennen om je mandje vol te laden met spotgoedkope, maar ó zo cool ogende kleertjes om vervolgens nog een treurkippie te scoren bij de KFC. Als binnenstadswinkelier (hopend op druppels als het bij Primark stortregende) schoot je er dus eigenlijk maar bar weinig mee op.
Hoe nu verder met de Drievriendenhof? Daarover morgen meer.