
Zo lang ik me kan herinneren wordt er in Dordt, als de temperaturen oplopen, veel ‘wild’ gezwommen. En, voordat u nu een verkeerd beeld krijgt van het begrip ‘wild’ zwemmen… nee, da’s geen nieuwe Olympische discipline; het is zwemmen op plekken die daartoe eigenlijk niet bestemd zijn.
U kent die plekken wel… in de historische haven bijvoorbeeld en op diverse plekken in het Wantij. De bekendste daarvan is het strandje bij ’t Vissertje. Da’s meestal vooral een hondenstrandje, maar op warme dagen moeten de viervoeters hun paradijsje delen met vooral veel jongeren. Dat gaat trouwens prima samen en ook als er hier soms eens een autootje achteruit steekt om een bootje te water te laten, levert dat geen enkel probleem op. Ik heb er dikwijls met Blafmans gestaan en genoten van dat heerlijke pandemonium aldaar.
En nu de hamvraag: is het Wantij gevaarlijk en moet je – zoals het gemeentebestuur momenteel overweegt – die zwemplek minder aantrekkelijk maken door er stenen over het zand uit te gaan werpen? Het antwoord is, althans in mijn optiek, tweeledig: natuurlijk… het kan hier door stevige stroming wel eens wat link zijn; onlangs redden twee mensen hier het leven van een meisje dat door die stroming in nood kwam. Maar nee, natuurlijk moet je het enige echte Dordtse ‘stadsstrandje’ niet willen veranderen. Een waarschuwingsbord (zo schreef ik al eerder) is, onder het motto baat het niet dan schaadt het niet, prima natuurlijk, maar dan wél graag een bord met enige uitleg over die stroming. Feit is namelijk dat vooral minder ervaren zwemmers niet weten dat het zinloos is om te proberen tegen die stroming in te zwemmen. Dat leidt tot vermoeidheid en soms tot paniek, terwijl het beter is om je te laten meevoeren, waardoor je uiteindelijk vanzelf bij een oever ‘belandt.’
Maar feit is en blijft dat het recente incident aldaar écht uitzonderlijk was en dat mag dus geen reden zijn om aan dit stukje spontaan gegroeid ‘Dordts erfgoed’ een einde te maken.