
Eigenlijk wilde ik u helemaal niet lastig vallen met een column over de Dordtse medianota, maar op verzoek van een oud-collega heb ik ‘m tóch even doorgespit. Zo kwam ik tot de ontdekking dat men bij de gemeente eigenlijk nog niet écht een weloverwogen visie heeft. Goed… de overheid (in dit geval de landelijke) heeft eindelijk ingezien dat we al die kleine lokale (hobby)omroepen nooit overeind kunnen houden en dat er dus regio-omroepen gevormd moeten worden. Logisch ook, want het valt voor een omroep van een kleine gemeente niet mee om radio en/of televisie te maken die je als consument in deze ‘mediarijke’ wereld nog enigszins serieus kunt nemen; iedereen met wat ‘zendingsdrang’ en een goeie smartphone runt vandaag de dag immers zo’n beetje zijn of haar eigen ‘omroep’ en trekt daarmee meer kijkers dan mening lokale omroep.
In het middelgrote Dordrecht doen we het trouwens niet eens zo beroerd; met een uitermate smal budget, maar met veel passie en inzet van hooguit een paar professionele medewerkers worden hier soms kleine wondertjes verricht. Hoe dan ook… krachtenbundeling is budgettair gunstig en dus moeten die streekomroepen er komen. De vraag die je daaraan dan kan verbinden (daarover moet de raad het eens worden) is of je als gemeente dan nog op de rijksbijdrage moet toeleggen en zo ja hoeveel dan? Wat ik echter in de medianota mis is of je vervolgens op ‘programmatische’ televisie, of juist op radio moet gaan inzetten… allebei hoef tegenwoordig wetshalve niet meer. Met radio doe je méér voor minder geld en straal je (want altijd live) eerder ‘het gevoel van de dag’ uit. Televisie daarentegen is bewerkelijker en wellicht minder urgent, aangezien jonge mensen vandaag de dag nauwelijks nog naar een traditioneel en vaak wat oubollig lokaal journaal kijken. Over die keuze ga ik niet, maar het lijkt me niet onlogisch dat dit, nog vóór de bestuurlijke besluitvorming hierover, een serieus punt van discussie wordt.