
In deze ‘Week van Lezen en Schrijven’ gaan mijn gedachten uit naar mijn onlangs overleden oud-buurman Henk. Nou ja, Henk was niet letterlijk mijn buurman, want hij woonde verderop in de straat waar ik mijn eerste ‘eigen’ huisje bewoonde. We konden het gewoon goed met elkaar vinden, vanwege een gemeenschappelijke liefde, namelijk de Lelijke Eend. Ik had een rooie, hij een groene en bij mechanische malheur schoten we elkaar soms te hulp, al moet ik toegeven dat hij op dat vlak een stuk handiger was dan ik.
Toen ik naar een andere plek in de binnenstad verhuisde en hij – inmiddels weduwnaar en behoorlijk op leeftijd – wat jaren later een woning in het Stadswiel betrok, besloten we om zo nu en dan wat bij te praten op een binnenstadsterras. Het was tijdens zo’n terrasbezoekje dat ik ontdekte dat Henk, die van beroep timmerman was, nauwelijks, kon lezen en schrijven. Hoe ik daar achter kwam? Tja, stapsgewijs eigenlijk; Henk was namelijk wel érg vaak zijn bril vergeten en vroeg mij dan de lunchkaart voor te lezen. Ook had hij zo nu en dan een brief van de belastingdienst of zijn zorgverzekeraar bij zich, die hij dan, naar eigen zeggen ‘niet helemáál’ begreep. Hoe dan ook, op enig moment heb ik het hem gewoon op de man af gevraagd. Ik moest daar wél behoorlijk wat moed voor bij elkaar schrapen, maar Henk reageerde goudeerlijk en vooral opgelucht. Om u een lang verhaal te besparen… na veel aandringen kreeg ik Henk op een dag zo ver dat hij ‘op leescursus’ ging, bij een mij bevriende lerares en al binnen het tijdsbestek van een jaar ging er een wereld voor hem open. En oh ja… ik ben er nog altijd trots op dat hij, al na een paar maanden cursus, trouw mijn columns las.
,,Wat vind je daar dan leuk aan?’’ vroeg ik hem eens. Zijn goudeerlijke antwoord luidde: ,,Ze zijn zo lekker kort.’’