
Het was aanvankelijk even wennen, maar ik vind het een prachtwijkje geworden… Wilgenwende. Waarom het wennen was? Dat zal ik uitleggen: toen ik op 11-jarige leeftijd vanuit het toch wat ‘grauwige’ Hoogvliet in het destijds nog goeddeels in aanbouw zijnde Sterrenburg II belandde, viel het mij vooral op hoe groen mijn nieuwe leefomgeving was. Logisch ook, want in Hoogvliet woonden we in een flatje met uitzicht op de pijpen van Pernis.
Helaas zag ik het groen om me heen hier in de loop der jaren stapje voor stapje plaats maken voor Sterrenburg III, maar gelukkig bleef het nog lang wél ‘lekker landelijk’ om en nabij voetbalclub Wieldrecht, waar ik, in mijn jeugd, minstens drie keer per week naartoe fietste voor een training, een potje voetbal en (later vooral) een gezellige ‘derde helft.’
Niet voor niets werd Wieldrecht destijds aangeduid als een boerencluppie, want het gebied eromheen bestond aanvankelijk vooral uit landbouwgrond. Helaas moest ook hier het groen op den duur plaats maken voor een woonwijk die er nu – daar begon ik mijn column mee – behoorlijk geslaagd uitziet.
Feit is echter wel dat Wilgenwende gesitueerd is tussen een van de drukste Rijkswegen van Europa, de Rondweg, het spoor, alsmede het druk bevaren Hollands Diep en het hemelsbreed niet al te ver gelegen industriegebied Moerdijk. De wijk mag dan verkocht zijn op – en ik citeer nu uit de folders – ‘een unieke Biesboschbeleving’, maar in strategisch opzicht ligt ‘ie uiteindelijk natuurlijk wél op een van de linkste stukkies van het eiland. De huidige ‘flessenhals’ langs de spoorbaan (ik schreef dat al eens eerder) is nog altijd de enige toegangsweg, maar tevens ook de enige vluchtroute, mocht zich hier ooit een calamiteit voordoen.
En eh… het zal vast peperduur zijn, maar dat moet toch echt snel veranderen, want Wilgenwende mag dan prachtig geworden zijn… ik zou me er als bewoner momenteel toch écht nog niet héél ‘senang’ voelen.