
Een geheim plekkie is het inmiddels niet meer, want vooral vissers hebben dat trappetje op het talud aan de rivier inmiddels óók al lang en breed ontdekt. Waar? Dat wil ik best verklappen hoor: u loopt over de Prins Clausbrug richting Stadswerven en op het nog onbebouwde terreintje aldaar bevindt zich links mijn favoriete, ietwat verscholen zitparadijsje aan het water. Ik zit daar graag, terwijl Blafmans wat rondscharrelt en voel mijn hartslag er bijna letterlijk omlaag gaan. Als je daar dan zo’n halfuurtje vertoeft, zie je de waterbussen richting Rotjeknor, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht voortdurend af en aan varen. Prachtig natuurlijk, maar het valt wél op dat ze zelden vol zitten. Goed, het pontje naar de overkant is op spitsmomenten redelijk bezet, maar op die boot naar Rotterdam is het vaak bedenkelijk rustig. Dat blijkt ook uit de cijfers, want waar forenzen (na de corona-pandemie) de bus en de trein inmiddels weer ‘herontdekt’ hebben, blijft het herstelvermogen van de waterbussen behoorlijk achter.
Logisch ook dat exploitant Aqualiner en de provincie met bewoners (én bestuurders, naar ik aanneem) een potje willen gaan brainstormen over hoe het allemaal beter en leuker kan. Persoonlijk vind ik het trouwens écht leuk om per waterbus naar Rotterdam te gaan voor een gezellig middagje winkelen of museumbezoek. Maar eh… zou ik dat óók doen op dagbasis? En is de prijs (gemiddeld een eurootje of vijf duurder dan een treinkaartje) dan een obstakel? Dat wil ik best geloven, maar voor een forens mét reiskostenvergoeding moet dat nou ook weer niet onoverkomelijk zijn. Wél moet je wat meer geduld hebben, want voor een trip met de waterbus tussen Dordt en Rotterdam ben je toch al gauw een uur kwijt. Da’s voor een af en toe niet erg, maar eh… dagelijks en dat kéér twee? Of zit ik er nu helemaal naast?
Met het oog op een vervolgcolumn, ben ik dan ook benieuwd naar úw waterbus-ervaringen en verbetertips.