
Schreef ik onlangs nog dat ik niet nostalgisch ben aangelegd, komt mijn krant ineens met een prachtverhaal over’ die goeie ouwe Chinees.’ Dat zit zó: in Hardinxveld-Giessendam is er, zo blijkt, een schreeuwende behoefte aan zo’n ouderwets Chinees-Indisch restaurant en dat gevoel herken ik wel. Daar kom ik zo op terug, maar eerst even voor de aller-jongste lezers: een Chinees restaurant (ouwe stijl) was er zo eentje waar je eigenlijk nooit op de (meestal véél te uitvoerige) kaart keek, waar de gerechten hooguit ‘zijdelings’ met China of de Gordel van Smaragd te maken hadden, waar de tafeltjes altijd strak gedekt waren met glimmende borden en witte papieren tafellakens, waar de ietwat weemoedig klinkende Chinese muziek uit de speakerboxen je volledig ontging, tót het moment dat er aan tafel een stilte viel, waar ergens in een hoekje een aquarium stond met sierlijk bewegende goudvissen, waar je vaak net één pilsje te veel dronk en waar de kinderen altijd welkom waren en altijd weer naar dat aquarium ‘trokken’, alwaar ze een tekening kregen die ze aan tafel mochten inkleuren.
Super-relaxed… zo ervaar ik althans het restaurant, op drie keer vallen van mijn voordeur, dat ik vroeger frequenteerde; het zat in het pand waar zich vandaag de dag de Mediamarkt bevindt, naast de ingang van het kantoor waar in een inmiddels ver verleden ook mijn krant gevestigd was. De naam was Hongkong en we kwamen daar (destijds nog jonge ouders) vaak op avonden dat we – druk, druk, druk met ons bestaan – geen zin of tijd hadden om zelf te koken. Ik mis dat restaurant, waar de menukaart prestigieus, maar het opgediende simpel en altijd lekker was; meestal nét te veel trouwens, dus na afloop ‘doggy bag’ mee naar huis.
En op zondag? Afhalen, want voetbal op de buis en bord op schoot.
Heimwee naar Hongkong. Nooit gedacht dat ik met die zin nog eens een column zou afsluiten.