
Bewoners van de Batavierenstraat in het Rotterdamse Oude Westen eisen van de gemeente dat een, in hun ogen ‘beklemmend en somber stemmend’ kunstwerk op de zijgevel van een flatgebouw aldaar, onmiddellijk wordt verwijderd. ,,Over smaak valt te twisten natuurlijk, maar ook los daarvan vinden wij dat muurschilderingen op blinde muren alhier onze buurt een achterbuurt-imago verschaffen,’’ zo stelt een woordvoerder van de tegenstanders.
Het krantenberichtje hierover zette mij aan het denken over ‘muur- en gevelkunst’ in Dordt. Daar had ik tot voorheen nooit zo héél bewust over nagedacht; de werken die ik her en der in deze stad aantref verschillen weliswaar in kwalitatief opzicht, maar ik heb ze, los van mijn persoonlijke smaak, altijd geaccepteerd voor wat ze zijn. Laat ik het zo zeggen: ik stoor me er zelden aan en sommigen vind ik zelfs écht mooi. Zo schilderde kunstenaar Maarten Mooren dit jaar zijn werk ‘Een pot vol herinneringen’ op het pand van antiquariaat De 2 uiltjes op de hoek Voorstraat-Weeshuisstraat. Dat werk, met daarin ‘opgenomen’ een gedicht van voormalig stadsdichter Juno, kan mij zeer bekoren.
Een jaar of twee geleden werd de zijmuur van het appartementencomplex De Holland, in opdracht van het Onderwijsmuseum, opgesierd met een (in mijn ogen althans) aangename muurschildering en ook dat ietwat psychedelisch kunstwerk (in zwart/wit) op een zijmuur van het stadskantoor vind ik best geinig, maar ook weer niet méér dan dat. Wél prachtig vind ik dan weer die gigantische muurschildering op het pand aan de kopgevel van wooncomplex Gravenhorst in Dubbeldam.
Kortom… ik ben zéker niet tegen ‘muurkunst’ in het algemeen, maar ik snap de tegenstanders in die Rotterdamse wijk eerlijk gezegd ook wel weer. Muurkunst – al dan niet middels inspraak tot stand gekomen – is uiteindelijk namelijk niet zelden een ‘maniertje’ om een achterliggend probleem te verbloemen. Dat probleem heet buurtverpaupering.
Niet voor niets tref je in De Hoven of Plan Tij nou nooit eens een muurschildering aan.