
Terwijl ik het kaartje bestudeer probeer ik de harde feiten los te koppelen van mijn gevoel. Dat gevoel zegt dat ik veel van mijn stad hou, maar de feiten zeggen dat we bedroevend laag scoren in een onderzoek over ‘brede welvaart’ in Nederland.
Alle steden en dorpen op dat kaartje hebben een kleurtje: hoe blauwer hoe beter… hoe roder hoe slechter. Een paar ‘vuurrode’ gemeentes scoren écht rampzalig: Rotterdam bijvoorbeeld en Heerlen in Zuid-Limburg. Op de Waddeneilanden, in het ‘rijke’ Gelderse Rozendaal, in het noorden van Twente en aan de Zeeuwse kust (op Walcheren) is het leven blijkbaar pas écht een feest. Daar kleurt de kaart immers letterlijk hemelsblauw.
En in Dordt? Tja… toegegeven, de stad kleurt dan wel niet helrood, maar eh… wel behoorlijk fel oranje en dan heb ik het even niet over liefde voor het Koningshuis. Laten we het een vijfje noemen, een mager zesje hooguit. Nu moet ik er wel bij zeggen dat dit onderzoek louter over ‘brede welvaart’ gaat. Op andere aspecten scoort Dordrecht juist weer relatief hoog. Mensen willen hier nog altijd maar ál te graag wonen; niet voor niets nemen we op dat gebied de 20ste plek van in totaal 50 ‘grotere’ gemeentes in. Daar moet ik dan wél weer bij vermelden dat we op dát lijstje, ten opzichte van twee jaar geleden, wél wat gezakt zijn, want in 2022 noteerden we hier nog een 12de plek. Nog altijd dus ‘scoort’ Dordt best goed op ‘woonaantrekkelijkheid’, althans… voor wie zich vandaag de dag in deze stad nog een woning kan veroorloven.
Op welvaartsgebied gaat het hier blijkbaar verdraaid matig. Dordt telt nog altijd tè veel arbeidsongeschikten, mensen met een laag opleidingsniveau, een (te) ‘smal’ inkomen en een relatief matige gezondheid. Conclusie: in Dordt is het eigenlijk vooral goed toeven voor wie nét wat hoger op zijn of haar portemonnee zit. Dat mag, nee… dat móet het gemeentebestuur zich ernstig aantrekken.