
In dit nu bijna afgelopen jaar, zo concludeerde ik eerder al, draaide het vooral om de vraag: waar vind ik op dit eiland nog een betaalbaar huis? Even zo vaak ook ging het in 2024 trouwens over parkeerplekken, of beter gezegd, over het gebrek daaraan in en nabij het centrum, alsmede in de ‘waterbedwijken’ die aan de binnenstad of het station grenzen.
Veel columns wijdde ik in de afgelopen twaalf maanden ook aan dat gedroomde Maasterras. De gemeente wil zo’n 3500 tot 4000 woningen bouwen tussen het station en de Oude Maas en die wens is op zich niet eens onlogisch. Ik bedoel… die paar nog onbebouwde polders die we nog hebben willen we immers graag ontzien, dus het is begrijpelijk dat het bestuurlijk oog gevallen is op dit min of meer loze stukje ‘gouden’ grond aan de rand van het eiland; prestigewoningen aan het water verkopen immers makkelijk.
Het traject daar naartoe wordt wél ingewikkeld. Hoe ingewikkeld? Tja, laat ik beginnen met de grond die hier ernstig vervuild is (en dus moet worden schoongemaakt) en dan is er ook nog dat industriële spoorlijntje van en naar het zeehavengebied, dat op de zogeheten ‘artist impressions’ voor het gemak maar even vergeten was.
De belangrijkste ‘hindernis’ (in de ogen van de plannenmakers) vormen echter de bezitters van circa 40 woningen aan de Weeskinderendijk. Die moeten immers worden uitgekocht om het ‘totaalplan’ gerealiseerd te krijgen. Dan is er ook nog eens het nabijgelegen woonwagenkamp, dat moet verkassen om de oprit naar de Zwijndrechtse brug (die autoluw moet worden) te kunnen ‘verleggen.’
Die laatste twee ‘obstakels’ zie ik in 2025 overigens niet zomaar worden ‘weggepoetst.’ In mijn optiek hóeft dat ook niet, want met een beetje creativiteit zijn er ongetwijfeld oplossingen te vinden om het plan door te zetten mét behoud van dijkwoningen en woonwagenkamp. Iets met eh… water en wijn, zeg maar. Of vloek ik nou in de kerk?