
Knipbeurt gehad, afgerekend en nog geen seconde buiten met een kouwe kruin.
Simon, half schuilend onder een geveltje aan de Voorstraat, had het allemaal waargenomen. ,,Wat zei de kapper? Hou je helm maar op?’
Ik weet niet of dat nou een ‘typisch Dordts’ verschijnsel is, maar ik ken in de binnenstad op z’n minst tien mensen die een gesprek op straat steevast openen met een lollig bedoelde belediging. De dakloze Simon, die zijn dagen slijt met ‘op strategische hoekjes’ staan, moet dus wel een geboren en getogen Schapekop zijn, want nog nooit heeft hij me begroet met een simpel: ,,Hé, hoe is het?’
Vorige week was het mijn kleding die niet deugde (,,Leuke broek, jammer dat ze je maat niet hadden’’) en de keer dáárvoor zag ik er kennelijk wat vermoeid uit, want toen begroette hij me met de woorden: ,,Hebbie op de Essenhof geslapen?’’
Omdat ik van nature nu eenmaal niet zo van de directe ‘jij-bak terug’ ben, hou ik het maar op een simpel: ,,Ha die Simon, alles goed?’’ Het antwoord (‘hard voor weinig’) is, zo weet ik inmiddels, altijd weer de opmaat tot een klaagzang over wat hem op dát moment werkelijk dwars zit. Met slecht geacteerd enthousiasme vraag ik hem dus maar weer eens naar zijn klacht van de dag. Die komt er snel uit: gebrek aan cash. ,,Mensen betalen tegenwoordig alles met hun pas of hun telefoon, dus ze hebben geen muntjes meer op zak. Gevolg… ik sta hier al uren voor Jan Doedel te bedelen.’’
Ik zeg: ,,Heb je het al eens met een tikkie geprobeerd?’’
Simon kijkt me vervolgens met vermoeide blik aan. ,,Ja, één keer. Is me slecht bevallen… taakstraf van 40 uur en ik moest die gozer z’n bril ook nog eens vergoeden.’’
Die had ik niet zien aankomen en dus schiet ik voluit in de lach, al weet ik eerlijk gezegd nog altijd niet helemáál zeker of Simon nou een grap maakte of niet.