
Het is een wat onhandige gewoonte van Blafmans om tijdens het uitlaten plotseling halt te houden. Er is namelijk altijd wel ergens een lantaarnpaal, een stoeptegel of een plantenbak die de moeite van het nader bestuderen (lees besnuffelen) waard is. Dan trekt ‘íe vastberaden de riem strak, met als gevolg dat ik noodgedwongen stil sta en soms zelfs een pasje terug moet doen.
Wandelen met Blafmans, zo bedacht ik me laatst, vertoont veel overeenkomsten met de zogeheten springprocessie van Echternach. Voor wie daar nog nooit van gehoord heeft: in dat Luxemburgse plaatsje werd, op de dinsdag na Pasen, vroeger een processie gelopen waarbij de deelnemers drie stappen naar voren afwisselden met twee stappen naar achteren. Die processie bestaat nog steeds, maar dat naar achteren stappen doen ze niet meer, want er werd (gezien het toegenomen aantal deelnemers) steeds behoorlijk massaal gevallen.
In Luxemburg wordt de uitdrukking ‘Processie van Echternach’ vaak gebruikt om te illustreren hoe processen onnodig traag of inefficiënt kunnen verlopen. Toen Blafmans gisteren weer eens aan de noodrem trok, stond ik toevallig bij het bouwterrein nabij het Vrieseplein. Daar zou een hotel verrijzen en na een ruim tien jaar durend proces van (steeds weer nieuwe) bezwaren zouden de bouwwerkzaamheden hier in februari nu eindelijk van start gaan. Tot op heden echter heb ik hier nog geen bouwvakker waargenomen. En oh ja… de patstelling tussen gemeente en projectontwikkelaar Van Pelt aangaande het Teerlinkpand duurt inmiddels óók alweer tien jaar. Verder heeft de Biesboschhal nog altijd geen nieuwe bestemming, op de Grote Markt (waar de gemeente grote plannen mee had) gebeurt al jaren hélemaal niks en het pand aan de Voorstraat Noord, waar de cultuurinstelling DOOR in 2018 op stel en sprong moest vertrekken omdat hier appartementen zouden komen, staat alweer jaren te verpieteren.
Sorry hoor, maar eh… beleidsambities in Dordt doen me steeds vaker denken aan het scharreltempo van mijn viervoeter en die malle optocht in Echternach.