Nee, ik doe zeker niet schamper over zo’n noodrantsoen


Heeft u al een noodpakket? Ik bedoel… liggen er bij u al een paar extra flesjes water, een stuk of wat blikjes met witte bonen in tomatensaus en een onverwoestbaar zaklampje klaar, ter voorbereiding op het mogelijke (volgens sommigen zelfs onvermijdelijke) noodlot? Welk noodlot dan? Ik hoor het u al denken. Tja… eh… misschien komt Poetin een keertje op de koffie, misschien worden we ‘lamgelegd’ door Chinese cybercriminelen die de macht over uw stofzuiger hebben overgenomen, misschien ontspoort er morgen in de buurt een giftreintje of – je weet maar nooit – misschien staat op een ochtend zomaar ineens de benedenverdieping van uw huis onder water, waardoor u voorlopig op zolder moet leven. O wacht… u hééft geen zolder? Vette pech. Dán moet u naar De Staart (jawel, dat staat écht in een noodplan), waar het allemaal nét wat hoger en droger is.
Hoe dan ook… mocht ‘het noodlot’ (wat dat ook mag zijn) zich onverhoopts voltrekken  dan kun je, zo stelt de overheid,  maar beter een paar daagjes binnen blijven en onder het motto ‘Vluchten kan niet meer’ met uw geliefde, een transistorradiootje én een noodrantsoen onder handbereik, onder een donzen dekbed gaan liggen en vervolgens héél hard hopen (óf bidden) dat het allemaal weer goed komt. ‘Schuilen kan nog wel… héél dicht bij elkaar’
Nu kom ik wellicht wat cynisch over, maar ik neem de schriftelijke vragen die de plaatselijke VVD het college van B&W onlangs voorlegde wel degelijk serieus.
De landelijke overheid waarschuwt dat we ons moeten voorbereiden op 72 uur isolatie en de VVD vraagt zich terecht af of we hier eigenlijk wel serieus op voorbereid zijn. Daar kúnnen we natuurlijk met z’n allen wat schamper over doen, maar ik heb voor alle zekerheid toch maar een beginnetje gemaakt met de aanleg van een ‘noodkist.’ Nee, niet omdat ik een doemdenker ben… maar juist en vooral omdat ik dat niet ben.

Plaats een reactie