
,,Wat wij van een columnist verwachten? Tja… eigenlijk dat ze zo’n beetje de wandelende barometer zijn van de stad en de regio waar ze over schrijven.’’
Die woorden, van één van de Belgische ‘bazen’ van deze krant (hij sprak ze een kleine zestien jaar geleden uit tijdens een informatiebijeenkomst over de toekomst van het AD en de diverse regio-edities) heb ik altijd goed in mijn oren geknoopt. Weliswaar sprak de man het woordje columnist niet uit, want ‘de Belgen’ – die tegenwoordig niet alleen het AD, maar ook zo’n beetje alle regionale neefjes en nichtjes van deze krant uitgeven – betitelen hun columnisten in over het algemeen als ‘kroniekers.’ En ja, ik weet het, da’s een Vlaamse verbastering van het begrip chroniqueur, aangezien Vlamingen ál te Frans klinkende termen nu eenmaal graag, op hun eigen wijze, ‘vernederlandsen.’
Als ‘beroepsbarometer’ probeer ik de voortdurend aan verandering onderhevige ‘luchtdruk’ in de stad nog altijd zo goed mogelijk aan te voelen en zo heb ik ‘mijn’ stadsdorp Dordt in de loop der jaren daadwerkelijk op veel fronten zien veranderen. Wat mij de laatste tijd vooral opvalt is dat ‘we’ op sommige gebieden steeds meer trekjes van een heuse ‘metropool’ beginnen te vertonen. Ik bedoel… het is hier, ja ook op doordeweekse dagen tegenwoordig behoorlijk druk en in de binnenstad barst het van de dagtoeristen, omdat we door marketeers in de toeristensector tegenwoordig ‘verkocht’ worden als Amsterdam zonder wachtrijen. In navolging van de écht grote steden (Dordt loopt traditioneel altijd wel een tikkie achter) lunchen we tegenwoordig steeds vaker ‘buiten de deur.’ Niet dat je hier vroeger niet kon lunchen maar eh… we doen het, zo blijkt uit onderzoek, steeds frequenter en het aanbod is inmiddels stukken ‘breder’ dan het vroeger zo gebruikelijke ‘twaalfuurtje’ (u weet wel, met die kroket) of die eeuwige uitsmijter. In sommige gelegenheden moet je inmiddels zelfs reserveren voor een plekkie.
Een heuse lunchcultuur in Dordt… wie had dat vroeger ooit kunnen bedenken?