
Daar gaan we weer. Gemeenten krabben hun spaarpotjes leeg, vrijwilligers worden opgetrommeld en stemhokjes worden uit het stof gehaald. En waarom? Omdat Den Haag weer eens ruzie had aan de keukentafel. Resultaat: verkiezingen.
En wie mag dat feestje betalen? Juist. De gemeente, die toch al zo’n hap minder geld uit de Rijksruif ontvangt.
Maar hé… het is 2025 toch? We doen onze belastingaangifte via de pc aan de keukentafel, chirurgen in Houston opereren een patiënt die in een ziekenhuis in Sri Lanka ligt en mijn garage analyseert de staat van mijn auto met één druk op de knop, terwijl ik in Frankrijk langs de kant van de weg sta. Waarom stemmen we hier dan nog steeds alsof het 1973 is?
Estland bijvoorbeeld lacht zich rot. Daar stemmen ze al jaren digitaal… gewoon met een klikje vanuit de luie stoel. Geen stembureau, geen potlood, geen regenjas nodig. En wij? Wij sturen nog steeds stembiljetten met de post, alsof we een ansichtkaart naar oma sturen.
Stel je voor: stemmen via DigiD. Je logt in, klikt op de partij van je keuze, je bevestigt dat met je digitale vingerafdruk en klaar ben je. Binnen 30 seconden heb je je democratische plicht vervuld én kun je weer verder met je Netflix-serie.
Voor de digibeten onder ons? Eén of twee stemhokjes per gemeente, met koffie, koekjes en – waar nodig – gratis vervoer. Iedereen blij en een razendsnelle uitslag.
Toegegeven, ruim twintig jaar geleden hebben we hier al eens geëxperimenteerd met digitaal stemmen; toen zaten er inderdaad nog veel haken en ogen aan, maar nmiddels zijn we in digital opzicht zóveel verder gekomen om relatief veilig stemmen beter te kunnen waarborgen? Toch blijven we hangen in het papieren tijdperk.
Dus ja, op 29 oktober mogen we weer… en dan maar hopen dat het niet te hard regent.
Dus eh… lang leve de democratie. Maar mag het alsjeblieft een tikkie moderner?