Natuur redden door natuur te vernietigen?


Minister Hermans wil de Hel- en Zuilespolder onder water zetten; voor de vissen, voor Europa… voor de waterkwaliteit. Maar laten we even stilstaan bij de ironie van dit malle plan: om de natuur te redden, moeten we eerst een stuk natuur vernietigen. Dat is alsof je je huis afbrandt om een schimmelplek in de badkamer te bestrijden.
Dordrecht is woest. Terecht. Want de polder is geen vergeten weiland, maar een levend landschap met schapen, scharrelkoeien, boomgaarden en een B&B waar je hooguit wakker wordt van fluitende vogels en gelukkig (nog) niet van graafmachines die een kunstmatig getijdengebied uit de grond stampen.
Ik zeg: laten we constructief zijn. Er zijn immers alternatieven… opties die minder ingrijpend zijn en minstens zo effectief.
Neem de Noord/Bovenpolder of de Alloijzenpolder. Die liggen dichter bij bestaande natuurgebieden en kunnen eenvoudiger worden ingericht. Rijkswaterstaat noemt het een ‘omweg’ voor trekvissen, maar laten we eerlijk zijn: als een zalm de Atlantische Oceaan kan trotseren, dan redt hij die paar extra meters ook wel.
Of kijk naar de Sliedrechtse Biesbosch. Daar is al getijdennatuur. Waarom niet dáár verbeteren en uitbreiden?
En dan is er nog de optie van beperkte ingreep: geen diepe geulen, geen directe rivierverbinding, maar een subtiele aanpassing met strikte PFAS-monitoring. Zo behoud je recreatie, cultuurhistorie én de gezondheid van mens en dier.
Kortom: het is niet óf onder water zetten óf falen voor Europa. Er zijn meer wegen naar schoner water. En ze hoeven niet per se door de Hel- en Zuilespolder te lopen.
Dus beste Raad van State, laat u niet meeslepen door de stroom van bureaucratie. Zet het plan op pauze, kijk naar de alternatieven en geef Dordrecht de kans om te laten zien dat natuur en mens sámen kunnen bloeien. Nee, niet door te slopen, maar door te versterken. Want echte vooruitgang begint niet met het droogleggen van bezieling, maar met het erkennen van wat al bestaat en bloeit.

Plaats een reactie