Geen modelstad, maar toch ook weer geen rampgebied


Er zijn steden die bruisen, steden die bloeien, en dan is er Dordrecht… waar een paar buurten volgens de nieuwste leefbarometer de afgelopen drie jaar een beetje zijn gaan kwakkelen. Nee, ze zijn niet ingestort, niet ontploft, maar gewoon lichtjes gaan kreunen.
Volgens een tweejaarlijks onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken wonen bijna 20.000 Dordtenaren vandaag de dag in buuren die sinds 2022 een tikkie – laat ik het voorzichtig zeggen – zeggen, minder florissant zijn geworden. Nee, ze namen nou ook weer geen duikvlucht, maar ze kregen er wel wat kartelrandjes bij, zeg maar.  
De Hoven daarentegen maakte een bescheiden sprongetje vóóruit, al begrijp ik daar persoonlijk dan weer geen bal van, want ik ken openbare begraafplaatsen in deze regio waar meer leven in zit dan in De Hoven.
En dan hebben we nog de Cornelis Evertsenstraat en omgeving, waar de leefbaarheid inmiddels dusdanig achteruit blijkt te zijn gegaan dat ik me afvraag of de barometer daar überhaupt nog wel dúrft te meten. Als je in die straat een plant op je balkon zet, belt hij zelf 112. Maar goed, ook dat hoort bij een stad: niet elke buurt kan Vissersdijk-Beneden zijn (die scoorde óók goed in het onderzoek), waar de lucht kennelijk altijd fris is, de stoeptegels kaarsrecht liggen en de bewoners elkaar over de heg kaviaar toewerpen.
Toch is het gelukkig niet allemaal kommer en kwel. Dordrecht scoort als geheel nog steeds ‘ruim voldoende’ op leefbaarheid. En laten we eerlijk zijn… ruim voldoende is gewoon een zeventje en in Schapekop-city, waar mopperen het ultieme lokale tijdverdrijf is, mag je een zeventje gerust als een Oscar beschouwen.
Kortom, we zijn geen modelstad, maar ook weer geen rampgebied. We zijn Dordrecht: een stad die nu eenmaal niet overal glimt; waar het leven zéker niet perfect is, maar wél echt.
En dat is precies wat die barometer zegt… met een knikje, een zucht, en een stiekem opgestoken duimpje.

Plaats een reactie