Dordt in 2025: schaken op een brandend bord


Ik heb er inmiddels een soort decembertraditie van gemaakt: terugblikken op mijn columnjaar. Niet uit nostalgie, maar om te achterhalen waarover wij ons hier in Dordrecht in 2025 het heftigst opwonden. Het antwoord valt nauwelijks te missen: wonen en gif. Als ik mijn eerste columnkwartaal doorblader, struikel ik zo’n beetje over de woningnoodverhalen. Landelijk is dertig procent sociale huur afgesproken, maar Dordt komt met veel gezucht en gezanik niet verder dan negentien. Het college gedraagt zich als een projectontwikkelaar met lactose-intolerantie voor betaalbaarheid: wel kwijlen bij skylineplaatjes, maar zodra het over betaalbare huizen gaat, duiken bestuurders weg als chihuahua’s voor de stofzuiger.
En dan Chemours… de perpetuum mobile van incidenten. Ook in 2025 sijpelden er weer vrolijk stoffen weg: een leidingbreukje hier, een ontsnapt gasje daar. En dat allemaal nog los van wat legaal de lucht in mag. Dordtenaren voelen zich intussen proefkonijnen in een soort eindeloze biologieles waarvan niemand het eindtoetsmoment durft te noemen.
De gemeentelijke reactie blijft een slap aftreksel van daadkracht: overleg, rapport, inspraakrondjes en hopen dat de wind uit een vriendelijke hoek waait. Beide dossiers delen dezelfde parfum: een mengsel van besluiteloosheid en bestuurlijke bibberigheid. Het gemeentebestuur lijkt op een schaker die eindeloos over een zet nadenkt terwijl het bord al in lichterlaaie staat. Het hoogst haalbare blijkt steevast een laf remisevoorstel.
Mijn hoop voor 2026? Dat dit gemeentebestuur nu eens gaat inzien dat haar inwoners méér zijn dan louter  pionnen op een schaakbord. Zet Chemours per noodverordening stil en bouw woningen die wél betaalbaar zijn voor starters en gezinnen met een modaal inkomen. Zonder serieuze daadkracht blijven we rapporten verzamelen tot we erin verzuipen, terwijl de lucht giftiger wordt en de woningnood alleen maar nóg verder vastkoekt.
Laat 2026 het jaar worden waarin Dordt eindelijk vooruit durft te schaken. Niet lullen maar poetsen dus. Want zoals Jan Schaefer, oud-staatssecretaris voor Volkshuisvesting, in de jaren zeventig al eens fijntjes opmerkte: ,,In gelul kun je niet wonen.”

Plaats een reactie