
Mijn eerste maandag van januari 2026 is geen frisse start, maar een botsing; met de wekker, met de agenda en met het besef dat Dordrecht ook in 2026 niet ineens een Toscaanse stad aan het water gaat worden. Back to life, back to reality… met frisse tegenzin, want met een ‘droge’ januari voor de boeg en een zucht naar nicotine.
Wie denkt dat 2026 een rustig jaartje wordt, heeft de Papendrechtse brug gemist. Die gaat namelijk maanden dicht en dus worden files op en rond dit eiland straks een ‘way of life.’ Fietsers krijgen er kuitspieren bij, automobilisten een dosis karakter. Het is noodzakelijk onderhoud, zeggen ze. Dat klopt. Alleen is het jammer dat noodzakelijk zelden gezellig is.
Ondertussen moet Dordt bouwen. Veel, snel, betaalbaar en duurzaam.
En oh ja, en dát dan ook nog eens zonder dat iemand daar hinder van ondervindt. Dat laatste lukt alvast niet. Maasterras, Dordt West, overal verschijnen plannen met luchtige namen en zonnige plaatjes, maar in werkelijkheid volgen bezwaarbrieven en discussies waarin iedereen vóór woningen is, maar nou juist nét niet voor deze. Het klassieke Dordtse bouwdilemma: we willen wel groeien, maar liefst zonder groeipijn.
En dan zijn er in maart verkiezingen. Dat betekent dat Dordrecht de komende maanden wordt overspoeld door luisterende politici, nieuwe woorden voor oude problemen en oplossingen die zó simpel zijn dat je je afvraagt waarom ze niet eerder zijn bedacht. De stad wordt ineens ‘van ons allemaal,’ wat meestal betekent dat niemand écht verantwoordelijk is.
En tóch – en dit is het hoopvolle deel – kan Dordrecht meer hebben dan we denken. De stad is weerbarstig, maar niet bang… cynisch, maar niet zuur. We mopperen luid, maar leveren stiekem ook gewoon. Misschien wordt 2026 geen makkelijk jaar. Maar wel een eerlijk jaar. Met keuzes die schuren, met (weer eens) uitgestelde plannen en zo af en toe een besluit dat wél klopt.
En dat is al heel wat.
Nu eerst koffie.