
In Deventer dromen ze van wonen in garageboxen. Niet omdat dit romantisch is, maar omdat ook dáár woningnood heerst. Dus onderzoeken woningcorporaties serieus of je van zo’n betonnen broodtrommel een compacte woning kunt maken. Honderden boxen zouden startersstudio’s kunnen worden. Het idee staat er écht op papier… compleet met voorbeeldschetsen en ingewikkelde beleidsnotities.
En dan Dordrecht. Hier kijken we eerst nog of die garagebox niet toevallig van een oom is, die er nog een brommer in heeft staan als opknappertje voor later. Beter Voor Dordt wil weten hoeveel boxen we hebben, wie ze bezit en of je er miniwoningen van kunt maken. Terechte vraag, want van de Kerkeplaat tot de Sikkelstraat staan er honderden. En onder flats nog minstens zoveel… gevuld met kerstballen, lege verfblikken en de mysterieuze doos ‘diverse kabels’.
Maar Dordrecht heeft nóg een troef: optoppen. Het klinkt als een nieuwe sport, maar betekent simpelweg een extra woonlaag op bestaande flats zetten. Geen bomenkap, geen parkeerdrama, wel woningen. Corporaties doen het al voorzichtig. Op de hoek Oranjelaan en Noordendijk bijvoorbeeld. Je hebt vooral nodig: een stevig gebouw, een architect met respect voor zwaartekracht en een ambtenaar die precies weet hoe grieperig de fundering is.
Elders in Nederland gaan ze harder. In Amsterdam en Rotterdam worden complete flats opgetopt, soms met prefab woningen die per kraan worden neergezet alsof het Lego is. Utrecht experimenteert vrolijk mee. Daar heet het verdichting. Hier noemen we het eh… spannend.
Want ‘opgetopte’ bewoners hopen vooral dat hun nieuwe bovenburen niet om zes uur ’s ochtends gaan touwtjespringen en toekomstige garageboxdromers hopen straks op daglicht en een raam dat open kan.
Maar ja… de woningnood vraagt om creativiteit. Wonen dus in een voormalige garage of op een dak dat tot voor kort alleen meeuwen huisvestte: Dordrecht moet durven. Misschien ligt de toekomst van wonen niet alleen in de hoogte, maar ook in de diepte. Met wat lef, humor en wat minder koudwatervrees.