
De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan al voelt het dit jaar tóch anders dan in andere jaren. Gedurende mijn loopbaan heb ik al een heleboel verkiezingen beroepshalve gevolgd maar meer dan ooit tevoren heb ik de indruk dat het dit keer meer op speeddaten lijkt dan op inhoudelijk kiezen. Waarom ik dat zo ervaar? Omdat er té veel partijen meedoen die qua programma nauwelijks van elkaar verschillen. We hebben het dus over zestien of zeventien lijsttrekkers die zo’n beetje allemaal nagenoeg hetzelfde evangelie verkondigen; partijfolders, posters, balpennen en stickers hebben straks weliswaar allemaal een ‘eigen’ kleurtje en lettertype maar de meeste programma’s (voor zover die ik al heb kunnen bestuderen) lijken geschreven door één en dezelfde handige tekstschrijver.
En ja, ze willen allemaal woningen bouwen, een groenere en schonere stad en ze willen allemaal iets doen aan zwerfvuil, verkeersveiligheid, openbaar vervoer en parkeerperikelen, maar de echte spanning zit ’m niet zozeer in die plannen en wensen op zich, maar vooral in de vraag: ‘Wie zegt het?’en ‘Wie zegt het ‘t leukst?’
Kortom, het draait inmiddels meer om de kandidaten dan om de inhoud. Dordtse politiek wordt een soort buurtbarbecue… je stemt niet zozeer op ideeën, maar vooral op een persoon van wie je denkt: die heeft op z’n minst de MAVO afgemaakt, eet met mes en vork en is lief voor de hond,
Eigenlijk maakt het dus weinig uit of je nou ‘Beter voor Dordt’ bent, ‘Grip op Dordt’ nastreeft of ‘Gewoon Dordt’ heet, want uiteindelijk schuiven de winnaars van deze vierjaarlijkse bingo toch weer vrolijk bij elkaar aan tafel om te ontdekken dat ze het over negentig procent van alle hete, warme of koele kwesties eigenlijk al gewoon met elkaar eens waren.
Dus ja, er vált op 18 maart wat te kiezen. Namelijk: wie wil je straks zien bij de lintjes, de lastige dossiers en de foto’s met een schep in de grond.
Ideologie is uit… smoelen zijn in