
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de werkloosheid in Dordrecht opnieuw gestegen. Nee, geen paniek, geen sirenes, geen boze menigte op het Statenplein, maar gewoon 4,3 procent, ofwel zo’n drieduizend Dordtenaren zonder werk. Da’s iets meer dan vorig jaar en nóg wat meer dan het jaar daarvoor. Geen aardbeving vooralsnog… eerder een lichte maar voelbare trilling.
Wie terugkijkt, ziet dat Dordrecht op het gebied van werkgelegenheid vaker in golven beweegt. In 2014 piekte de werkloosheid hier op 9,5 procent. Daarna volgde herstel: rond 2021 zaten we op 4,7 procent en in 2024 zelfs op 4 procent. Het leek structureel toch écht de goede kant op te gaan.
En toch staan we nu weer nét hoger dan vergelijkbare gemeenten. Hoe dat kan? Tja, Dordrecht is nu eenmaal geen stad van glanzende hoofdkantoren of snelgroeiende techcampussen. Het is en blijft een stad van doeners. Typisch ‘Dordtse’ sectoren als techniek, logistiek en bouw floreren als het meezit, maar lopen als eerste een verkoudheid op zodra de economie ook maar eventjes niest. Stijgende rente en uitgestelde investeringen voel je hier sneller dan in een kantoortoren in Amsterdam of Utrecht.
Werk en investeringen gaan ons bovendien geregeld voorbij omdat grote bedrijven kiezen voor plekken waar alles al samenkomt: universiteiten, internationale verbindingen, durfkapitaal en een dicht netwerk van kennisbedrijven. Daar ontstaat schaal, daar zit het ecosysteem, daar valt iets te halen. Dordrecht heeft vakmensen en ruimte, maar minder zichtbaarheid, minder concentratie van kennis en minder vanzelfsprekende aantrekkingskracht voor nieuwe economie.
Intussen worden banen technischer en specialistischer. Dordtenaren met een degelijk mbo-diploma belanden steeds vaker tussen wal en schip: te hoog voor eenvoudig werk, te laag voor de nieuwe kennisfuncties. Die structurele mismatch begint meer en meer te schuren.
Is 4,3 procent een crisis? Nee. Maar het is wél een signaal. Als het stadsbestuur deze lichte trilling wegwuift als ruis in de cijfers, kan de volgende golf zomaar hoger uitvallen dan ons lief is.