
Soms zie ik de Dordtse gemeentepolitiek als een rotonde zonder borden: iedereen rijdt rondjes, maar niemand lijkt te weten waar precies de afslag zit. Het zero-emissieplan (de wens om te komen tot een binnenstad met een schonere lucht) is, in mijn ogen, het jongste kunststukje uit de categorie zwalkbeleid.
Het idee was ooit simpel: vervuilende dieselbusjes en vrachtwagens uit het stadshart weren en daar schonere lucht voor terugkrijgen. Vanaf 2021 is dit plan uitvoerig in de raad besproken, doorgerekend, aangepast, uitgesteld en eh… opnieuw besproken. Bijna vijf jaar van politiek gemodder en gesudder dus.
Echter, toen dit plan (in oktober 2025) dan eindelijk concreet op tafel lag, stemde uitgerekend GroenLinks – jarenlang de luidste pleitbezorger van een emissievrij centrum – het zelf weg. Te veel verwaterd, vond de partij. Dossier dicht.
Dachten we.
Onlangs stond diezelfde partij weer op de stoep met een nieuw voorstel; opgepoetst, opgefrist en met een uitzondering voor marktondernemers tot 2030 of misschien zelfs 2035. Op zich niks mis mee… realistischer ook richting de marktkooplui. Alleen schept GroenLinks bij mij nu wél een beeld van een club die eerst de eigen voordeur dichtgooit en vervolgens aanbelt met de vraag waarom er niemand open doet.
Andere partijen wisten dan ook niet goed of ze nou moesten lachen of huilen; het CDA spreekt van onbetrouwbaar bestuur, Beter Voor Dordt vraagt zich af hoe serieus GroenLinks zichzelf nog neemt en de VVD noemt de (nu nog) coalitiepartner zelfs wereldvreemd.
Resultaat: voorlopig gebeurt er wederom niks. Best pijnlijk aangezien de inhoud van het plan eigenlijk helemaal niet zo controversieel is. Immers, wetenschappelijk onderzoek toont gewoon aam dat verkeer in steden een belangrijke bron is van stikstofoxiden en fijnstof, die aantoonbaar bijdragen aan longziekten, hartproblemen en vroegtijdige sterfte. Het streven naar een schonere binnenstad is dus geen modieuze hobby van klimaatidealisten, maar gewoon een nuchtere volksgezondheidsmaatregel. Zo’n kwestie mag dus nooit en te nimmer ontaarden in een strijd om politiek gewin.