
Ergens in een voetbalkantine klinkt het onheilspellende woord: AZC en binnen no time staan zelfbenoemde ‘dorpshoeders’ al met een denkbeeldige hooivork te zwaaien. Het patroon is inmiddels bekend: eerst de paniek, daarna pas de feiten.
Ter Apel wordt vervolgens steevast als schrikbeeld van stal gehaald. Daar ging en gaat het soms inderdaad mis, want overvolle opvang, te weinig doorstroom en te veel mensen op één plek zorgen voor spanningen en incidenten. De Inspectie Justitie en Veiligheid beschreef dat al eerder; het probleem is niet dát er opvang is, maar dat veel te veel mensen tegelijk op één locatie worden samengepakt.
In gemeenten met kleinschalige opvanglocaties zien we een heel ander beeld. Neem Papendrecht. Daar wonen jonge asielzoekers in een pand bij het winkelcentrum. Tot nu toe was hier het grootste incident dat Papendrechtse jongeren eieren naar het gebouw gooiden. De jongens binnen keken vermoedelijk vooral verbaasd: ,,Is dit een lokale traditie? Moeten we teruggooien?’’
In de Alblasserwaard zijn ‘bezorgde burgers’ ondertussen in paniek over… niets eigenlijk. Waarom wachten op drama als je alvast boos kunt worden op basis van hypothetische schrikscenario’s?
De realiteit is simpel: de meeste opvanglocaties in Nederland functioneren al jaren zonder structurele problemen. Kleine AZC’s in plaatsen als Oisterwijk, Gilze, Winterswijk, Dronten en Hardenberg draaien rustig door zonder dat de criminaliteit daar explodeerde. Soms is de grootste verandering dat de plaatselijke voetbalclub weer genoeg spelers heeft.
En tuurlijk… er zijn incidenten, zoals die asielzoeker uit Hendrik-Ido-Ambacht die onlangs in Rotterdam werd opgepakt wegens poging tot verkrachting. Alleen: asielzoekers vormen minder dan één procent van de bevolking. Zij kunnen dus onmogelijk verantwoordelijk zijn voor de meeste verkrachtingen. Het overgrote deel van zedendelicten in dit land wordt gepleegd door mensen uit de regulier samenleving, vaak zelfs door iemand die het slachtoffer al kent.
Dit soort simpele feiten zijn funest voor volksmenners. Misschien moeten we minder bang zijn voor mensen die vluchten en meer voor mensen die angst aanwakkeren.