
In Dordrecht houden we onszelf graag voor dat procedures ons beschermen. Dat inspraakavonden, zienswijzen en bezwaarformulieren een democratisch schild vormen waarachter de gewone burger veilig kan schuilen. Maar zodra het spannend wordt, blijken diezelfde regels vooral toneelattributen: karton dat eruitziet als beton, zeg maar.
Dat ‘beloofde’ hotel aan het Vrieseplein is een wel héél kluchtig voorbeeld van op hol geslagen regelgeving. Vijftien jaar lang is het plan gegijzeld door bezwaarmakers die de kalender hanteerden en nog altijd hanteren als wapen. Op de laatste dag wéér een al eerder ‘verworpen’ bezwaar indienen is namelijk niets anders dan gewoon de boel traineren tegen beter weten in.
Maar wie denkt dat het bezwaarrecht een machtig schild is voor de gewone Dordtenaar, moet óók naar de Weeskinderendijk kijken. Daar wonen mensen die niet zeuren over schaduwwerking of parkeerdruk, maar die gewoon keihard hun huis verliezen. Zij hebben alle stappen gevolgd, alle inspraakmomenten benut, alle brieven geschreven. En tóch worden ze straks gewoon weggevaagd. Toegegeven, mét (hopelijk) goeie financiële compensatie, maar wat heb je daaraan als je in je dijkhuisje domweg gelukkig was? Voor die groep heeft het hele systeem dus geen greintje nut gehad. Zij zijn niet beschermd door de wet… ze zijn er legaal door van de kaart geveegd.
Dáár zit dan ook de echte kwaal. Het bezwaarrecht werkt uitstekend voor wie tijd en geld heeft, of simpelweg plezier beleeft aan het pesterig rekken van de klok. Maar voor bewoners die werkelijk in de knel zitten, blijkt het slechts een schild van bordkarton te zijn.
We hoeven het recht op bezwaar écht niet te slopen hoor, maar we moeten wel ophouden te doen alsof het heilig is. Ik zeg: sneller afrekenen met treiterbezwaartjes, maar tegelijkertijd harder opkomen voor mensen die serieus hun thuis verliezen.
Want een stad die haar eigen bewoners offert en dat ‘volgens de regels’ noemt, is niet alleen moreel failliet, ze heeft haar ruggengraat ingeleverd bij het oud papier.