Nieuw-Krispijn ervaar ik als een wijk van ‘licht’ en ‘lucht’


Ik hou van Parijs

‘k Hou van Londen

In The Plaza in New York lag ik in bad

San Francisco heb ik altijd mooi gevonden

Maar ik ben iemand van een kleine stad

nieuw-krispijn2Bovenstaande tekst is niet van mezelf, maar komt uit een liedje van Toon Hermans. Ik heb veel met die tekst, die nog wel eens door mijn hoofd schiet als ik na een vakantie weer terug kom in Dordt en ik, meestal na een kilometertje of duizend rijden, vanaf de Achterhakkers de Grote Kerk ontwaar.  Nu weet ik heus wel dat het begrip ‘kleine stad’ een relatief begrip is en niet per definitie op Dordrecht slaat. In Nederland staat mijn stad toch op z’n minst als een middelgrote stad te boek, maar, in verhouding tot de wereldsteden waar Toon Hermans het over heeft mag je Dordrecht, met nog niet eens 120.000 inwoners, best een kleine stad noemen. Voor mij is Dordrecht in ieder geval groot, of beter gezegd klein genoeg om me er senang te voelen. Groter hoeft niet. En waarom niet? Omdat ik dan, als columnist van het alledaagse, mijn geliefde wijken verwaarloos. Want dát is juist de charme van Dordt; het is een stad met duidelijke ‘buitenwijken’ die allemaal zo hun eigen specifieke karakter hebben. Nieuw-Krispijn is, in mijn ogen, zo’n wijk, niet écht een buitenwijk, eerder een ‘binnenwijk’ (want best dicht bij de binnenstad), maar in ieder geval een wijk waar, zo voel ik het althans, heel vaak de zon schijnt.

Hoe zou dat toch komen dat ik Nieuw-Krispijn als ‘licht’ en ‘luchtig’ ervaar? Heeft dat te maken met die witte flatjes die niet te hoog zijn en opgebouwd uit zogeheten korrelbeton, dat eigenlijk weer voortkomt uit puin van de Tweede Wereldoorlog? En dat wit kleur ook zo lekker met dat vele groen in de wijk, want ja, zelfs als ik het park niet meereken, is Nieuw-Krispijn behoorlijk boom-, plant- en grasrijk. Daarbij komt dat Nieuw-Krispijn ook nog eens kleurrijk is (ik vraag me af hoeveel nationaliteiten er wonen) en zeker ook ‘kinder-rijk’ is. Nee, ik heb er geen sociaal-demografisch onderzoekje op nageslagen, maar dat is nu eenmaal de sfeer die de wijk uitstraalt, of beter gezegd, het gevoel dat ik er aan over hou, als ik er weer eens wandelend, fietsend of op mijn scootertje ‘verdwaal’. Nou staat dat laatste woord tussen aanhalingstekens, want écht verdwalen is een traktatie die ik na zoveel jaren Dordt niet meer in ontvangst mag nemen. Ik weet (soms helaas) altijd precies wáár ik ben, maar ik heb het eigenlijk meer over geestelijk verdwalen… gewoon lekker door die wijk slenteren of rijden en je laten verrassen door het moment of door herinneringen. Want als ik terugdenk aan mijn jeugdjaren (ik ben opgegroeid in Sterrenburg) kwam ik vooral in Nieuw-Krispijn omdat ik er vriendjes had. Ik ging er schaatsen op die grote vijvers of voetballen in het park. O ja, ik moest ook wel eens op dat grote politiebureau komen, omdat ik mijn brommerpapieren niet bij me had. Je kreeg dan de kans om die later te komen laten zien. Ik heb er, jaren eerder nog, ook wel eens een uitbrander gehad, toen ik betrapt was op spijbelen. ,,Zeg knul, hoor jij niet op school te zitten?” ,,Nee meneer, we zijn vandaag vrij, want de juf is ziek.” Oom agent (ja, hij had écht een snor en een dikke buik) zag aan mijn smoel dat ik loog, bracht mij en mijn vriendjes met veel gevoel voor theater, als heuse criminelen thuis en sommeerde ons om op woensdag, exact om twee uur ’s middags aan het hoofdbureau te komen (wég vrije middag). Daar moesten we strafregels schrijven, de parkeerplaats aanvegen en kregen we een preek van een kwartier. Daarna heb ik nooit meer gespijbeld.

Tja, dat politiebureau aan de Nassauweg. Je liep er zo makkelijk naar binnen. Het was een baken van orde en veiligheid, niet alleen voor de buurt, maar voor de hele stad. Eigenlijk is het aanzien van Nieuw-Krispijn de laatste jaren niet zo héél veel veranderd. Ja, er wordt hier en daar gesloopt en gebouwd, maar het karakter wordt niet wezenlijk aangetast. Nou ja, dat politiebureau dan, dat is écht wel een gemis. Verder is en blijft Nieuw-Krispijn voor mij een wijk waar de zon schijnt, zélfs al zit ie dan nog wel eens achter een wolkje.

In Krispijn wonen geen rijke mensen, althans als ik het over keiharde eurootjes heb. Toch, als ik mijn stuk teruglees kom dat woordje ‘rijk’ heel vaak tegen: kleurrijk, kinder-rijk, rijk aan groen en lucht.

Nieuw-Krispijn is rijk waar het gaat om die dingen die er in het leven écht toe doen.

Column verschenen in de wijkkrant voor Nieuw-Krispijn (augustus 2012)

Foto: Gezichtsbepalend in Nieuw-Krispijn: de witte flatjes die zijn opgebouwd uit korrelbeton, dat voortkomt uit puin van de Tweede Wereldoorlog.

Eén reactie

  1. Leuk geschreven Kees,en voor mij heel herkenbaar,ik heb als kind in de helmerstraat gewoond toen was het netjes en heel gezellig,.

Geef een reactie op Wil Lems Reactie annuleren