Journalistieke jaren zijn heus geen tropenjaren, maar ze vreten je wel een beetje op. Al ruim een kwart eeuw zit ik nu in dit vak en mijn schrikbeeld is ooit die man te worden die bij alles wat zich afspeelt met een routineus gebaar de schouders ophaalt onder het uitspreken van de woorden: ,,Heb ik al gezien, ben ik al geweest, heb ik al gedaan.”
Verwondering en oprechte nieuwsgierigheid, zo heb ik mezelf in jongere jaren voorgenomen, moeten altijd de drijfveer van de journalist (en zeker ook van de columnist) zijn. Zodra afstandelijkheid en een te dikke eeltlaag op de ziel daarvoor in de plaats komen, stop ik onmiddellijk met dit vak en word ik ijsverkoper op de Kaaimaneilanden of op z’n minst postbezorger te Dubbeldam. Maar voorlopig maak ik me nog geen zorgen, want het nieuws, of dat nu wereldnieuws of ‘van om de hoek’ is, doet me nog regelmatig grommen, tieren of schaterlachen. Neem die nou die man die zichzelf met z’n kersverse bruidje wilde laten vereeuwigen bij een zojuist afgebrande schuur aan de Noorderelsweg. Daar moet ik dan nog bij vermelden dat op die plek asbest is vrijgekomen en dat er mensen door die brand zwaar gedupeerd zijn. En als die man dan te horen krijgt dat dit niet echt de ideale locatie is voor een bruiloftsreportage en of hij maar even wil opmieteren, dan wordt ie nog boos ook. ,,Ík ben de bruidegom en ík mag doen wat ik wil”, brult hij nog verontwaardigd. Over dat soort mensen kan ik me dus nog hogelijk verbazen. Wat drijft zo’n man? Is hij ooit niet toegelaten bij de brandweer op grond van een knurftig voorkomen? Is hij misschien pyromaan? Is hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging van ramptoeristen? Heeft hij überhaupt nog werkzame hersencellen onder zijn schedeldak? Nee, loopt u maar even mee met die twee mannen in die witte jassen. Wat zegt u? U bent zojuist getrouwd? Is dat met die vrouw die daar zo triestig om het hoekje staat te kijken? Volgens mij staat ze nét met haar advocaat te bellen.
