We hebben er een nieuwe politieke partij bij in Dordrecht. Die partij noemt zichzelf de VOP (Verenigde Oppositie Partijen) en het is een onwaarschijnlijk gedrocht, want er zitten socialisten in, democraten, gereformeerden, groenen en ouderen. De ‘partijleden’ hebben elkaar gevonden in één gezamenlijk belang, namelijk strijd voeren tegen dat college met die overwegend oranje-zwarte signatuur. Het liefst zouden ze in een keldertje van het stadhuis samen knutselen aan een spandoek met daarop de tekst: ‘Weg met Beter voor Dordt’, maar dat doen ze niet, want in de politiek moet je nu eenmaal nooit iets in onuitwisbare verfletters op een wit laken schrijven; je tegenstanders van vandaag zouden immers wel eens je coalitiepartners van overmorgen kunnen zijn. Het college heeft zich kwetsbaar opgesteld door de gemeenteraad een begroting voor te leggen waarop ‘geschoten’ mag worden omdat de bijsluiter vermeld dat het gemeentebestuur graag met de voltallige raad het gesprek aan gaat over de vraag wáár en waarop er bezuinigd kan worden. Dát er bezuinigd moet worden is een feit, maar dat mag je dit college niet aanrekenen, want alle financiële tegenvallers houden direct verband met lijken die al heel lang in kasten zaten en met de wereldwijde crisis die de staatsruif deed verschralen tot een fooi. De VOP, onder aanvoering van de PvdA, verwart de ‘licence to shoot’ nu met een ‘licence to kill’, want het schiet, zonder alternatieven aan te reiken, nu met als enige doel dit pragmatische college, dat het helemaal niet zo beroerd doet, af te knallen ‘just to watch it die’ (vrij naar Johnny Cash).
Oppositie voeren doe je op grond van je eigen identiteit en je eigen idealen. Het uiteindelijke doel er van is om, ondanks het feit dat je nu even niet de lakens uitdeelt, zoveel mogelijk van je eigen gedachtegoed ‘overeind te houden, waar mogelijk bij te sturen, zaken tegen te houden of iets van een consensus te bewerkstelligen. Het is een middel en geen doel op zich. De oppositie in de Dordtse gemeenteraad vervalt mij, soms bewust en soms uit onvermogen, te vaak in bühnepraat en effectbejag. Het slachtoffer is de inhoud.
