
‘Terug op zijn eiland ging hij er soms even af, om te zien hoe zijn stad erbij lag.’ Het is een strofe uit een prachtgedicht van dichter Jan Eikelboom dat, sinds enkele jaren, in zijn ‘eigen’ steegje naast het Dordrechts Museum hangt. Het gedicht gaat over de schilder Aelbert Cuyp, maar als dagelijks ‘tekstschilder’ van het alledaagse voel ik er enige verwantschap mee.
Hoe ligt mijn stad er eigenlijk bij? Tja… het is een beetje als een soapserie, zo constateerde ik gisteren na een laat avondrondje met Blafmans. Maar dan wél een die soms onbedoeld op de lachspieren werkt, ja óók op momenten dat de situatie eigenlijk om te huilen is. Als ik vroeger langs GTST zapte (bestaat dat nog?) schoot ik wel eens, ja zelfs tijdens zoiets tragisch als een sterfscène, onbedaarlijk in de lach, omdat de pogingen tot geloofwaardig acteren daar vaak aanvoelen als een parodie op de werkelijkheid.
Gisteren kwam ik op de Pottenkade, de dakloze veertiger Berry tegen, die altijd op zoek is naar lege flesjes en blikjes; zijn dagelijkse doel is zoveel mogelijk statiegeld vergaren om dát dan weer om te zetten in bier. Berry is er de hele dag zoet mee. Altijd trouwens loopt hij in keurig driedelig gestreept grijs, met daaronder blote voeten in sandalen. Die combinatie fascineert me mateloos maar gisteren pas durfde ik hem (hij had me namelijk zojuist een eurootje afgetroggeld) te vragen naar het waarom daarvan. ,,In een vorig leven was ik makelaar en daar hoort nu eenmaal een pak bij. In een pak lopen vond en vind ik nog altijd heerlijk, want het geeft me zelfvertrouwen. Alleen die schoenen hè, die knelden altijd. Nee, niet aan mijn voeten, maar in mijn hoofd. In schoenen voel ik me opgesloten in sandalen ben ik vrij.’’
Het klonk als een dichtregel in een onbedoeld lachwekkende, maar eigenlijk o zo bittere soapserie… want uitgesproken door een dakloze Dordtenaar die van statiegeld leeft.
Wel mooi gesproken.