
Omdat onze beide viervoeters elkaar leuk vinden sta ik, ’s avonds laat op de Voorstraat, zomaar ineens met een wildvreemde te kletsen. In het Engels, want die wildvreemde is een Schot, sinds kort woonachtig te Dordrecht. Hoe dat komt of beter gezegd, hoe een ouwe Schot in Dordt verzeild raakt, was natuurlijk zo’n beetje de eerste vraag die ik hem voorlegde. Het bleek dat John ooit voor het Dordtse bedrijf Penn & Baudain gewerkt had. ,,In die tijd was er in Nederland veel werk voor geschoolde lassers en dat betaalde nog behoorlijk ook. En dus trokken veel jonge Britten in de jaren tachtig naar Dordt omdat er in Groot-Brittannie destijds vooral crisis heerste. Ik woonde hier, samen met wat landgenoten, maanden achtereen tijdelijk in een door het bedrijf aangeschaft gemeubileerd huisje. En tja… wat doe je als man alleen als het werk er op zit? Dan ga je stappen. Er bevond zich op de Varkenmarkt zelfs een soort Britse pub. Daar zit tegenwoordig een coffeeshop, maar toen het nog een café was ontmoette ik daar een jonge dame, met wie ik verkering kreeg. Helaas verwaterde onze relatie nadat ik weer in Schotland aan het werk ging. Ik trouwde uiteindelijk met mijn jeugdliefde in Aberdeen en dat huwelijk heeft dertig jaar geduurd. Nadat Mary, nu vijf jaar geleden, overleed, kwam ik via Facebook weer in contact met mijn Dordtse jeugdliefde, die inmiddels zelf eveneens weduwe geworden was. Zo ontstond een soort laptoprelatie die na verloop van tijd serieus vorm aannam. Eind vorig jaar verkocht ik mijn huis in Aberdeen en besloot ik bij haar in te trekken.’’
,,Maar mis je Schotland dan niet?’’
John lacht en zegt: ,,Ach weet je… ik denk nog vaak aan mijn vader zaliger. Die zei altijd: het leven is als een rugbybal; je weet van te voren nooit waar hij heen stuitert. In mijn geval werd dat dus Dordt. Could be worse toch?’’