Over zetelshoppers, zetelhoppers en zetelplakkers…


Dordrecht gaat weer stemmen en de stad maakt zich op voor een nieuw seizoen van haar favoriete politieke folklore: zetelshoppen, zetelhoppen en zetelplakken. Over twee weken strijden er hier zestien partijen om slechts 39 raadszeteltjes… sommige met een uitgesproken profiel, andere met een programma dat zó sterk op dat van de ‘buurpartij’ lijkt dat je vermoedt dat beide kandidaten ooit in de zelfde echtelijke sponde lagen. Het verschil zit ‘m soms hooguit in één bijvoeglijk naamwoord en een net iets andere tint blauw in het logo.
Laat ik één ding meteen zeggen: ik gun iedereen (een paar populistische eng-nekken uitgezonderd) zijn of haar succes, maar ik ken té veel opportunisten in de huidige raad – en straks ook in de nieuwe – die zich al twintig jaar weten te handhaven door electoraal te winkelen alsof het eeuwig koopavond is. Vandaag zitten ze hier, morgen daar, en overmorgen beginnen ze tóch maar weer een eigen fractie omdat iemand tijdens een vergadering een te luidruchtig boertje liet. De Dordtse raad is de afgelopen decennia verworden tot een malle politieke kringloopwinkel.
En dat kan allemaal, want in Dordt heb je voor een zetel ongeveer net zoveel stemmen nodig als voor een goed bezochte buurtbarbecue. Geen wonder dat deze raad soms aanvoelt als een overbevolkte studentenkamer waar iedere bewoner zijn of haar eigen deurbelmelodietje heeft.
En nee, we gaan het voor deze verkiezingen natuurlijk niet meer halen, maar voor 2030 moeten we wellicht toch eens serieus gaan nadenken over een kiesdrempel; niet om mensen buiten te sluiten, maar om te voorkomen dat elke zucht een afsplitsing wordt en vergaderingen nóg langer gaan duren met nóg meer van hetzelfde.
Aan de andere kant: voor deze columnist is dat natuurlijk wél het Walhalla. Zolang zij blijven shoppen, hoppen of plakken hoef ik me niet te vervelen. En ach… 39 meninkjes is óók democratie en ik vervul in deze heerlijke stad maar wát graag de rol van nummertje veertig.

Plaats een reactie