
Het is alweer ruim acht jaar geleden dat ik op mijn vaste plekje in deze krant voor het eerst de noodklok luidde over dat ernstig verpieterde Fonteinlandschap van de (in 1996 overleden) kunstenaar Hans Petri.
Die pilaren (in de volksmond ook wel ‘Piemelpark’ genoemd) staan daar al sinds 1973. In die jaren was het zo’n beetje gebruikelijk dat de komst van elk nieuw of gerestaureerd gebouw werd ‘opgeluisterd’ met een kunstwerk. In dit geval betrof dat de oplevering van het nieuwe Refaja-complex. Dit ziekenhuis was dan ook verantwoordelijk voor het onderhoud van dit fraaie stukje landschapskunst en decennia achtereen stond het kunstwerk (in feite een spuitende fontein) er prachtig bij. Echter, sinds de grote ziekenhuisfusie eind vorige eeuw (Refaja, Gemeenteziekenhuis en RKZ gingen stapsgewijs op in het Albert Schweitzer-ziekenhuis) ontstond er een soort ‘verantwoordelijkheidsleemte’ en raakte Petri’s kunstobject in de vergetelheid, met als gevolg dat de pomp (waarmee de fontein in feite wordt aangedreven) er op een dag de brui aan gaf. Inmiddels heeft het gemeentebestuur besloten het Fonteinlandschap weer min of meer in oude luister te herstellen, al is dat dan zónder die fonteinfunctie. En dat vind ik een beetje raar… ik bedoel: je doet het goed of je doet het niet; een fontein die niet werkt lijkt me nou niet bepaald een ‘uithangbord’ van bestuurlijke daadkracht. Gaan we er dan een bordje bij zetten? Iets met eh: ‘Kijk eens mensen… we hebben de pilaren schoongemaakt, maar de fontein blijft droog staan, want dat ging wel érg in de papieren lopen.’
En nu val ik een beetje in herhaling, want in 2021 opperde ik dat het wellicht een aardig idee zou zijn om groep ‘techneuten’ van het Da Vinci College en de Duurzaamheidsfabriek te laten uitzoeken of zij Petri’s pilaren weer ‘geactiveerd’ kunnen krijgen. Dat hoeft écht geen miljoenen te kosten en het lijkt mij, voor leerlingen en docenten, een uiterst dankbare taak.