
Dordrecht wil elfduizend woningen bouwen, maar de polder blijft taboe. Dus moet de stad zichzelf maar binnenstebuiten keren. Ieder leeg plekje verdacht, iedere parkeerplaats een potentiële woontoren en ieder sprietje groen een bouwkavel in vermomming. Welkom bij een Dordts potje Mens-erger-je-niet, waarbij de inwoners pionnen zijn en de gemeente met de dobbelstenen rammelt.
Arij van der Stelt, voormalig stedenbouwkundige van de gemeente en medeontwerper van Stadspolders, maakt zich hier, in mijn ogen, terecht zorgen over. In AD De Dordtenaar noemt hij de mogelijke verdichting rond winkelcentrum Bieshof een schrikbeeld. Acht verdiepingen op een parkeerterrein, omwonenden straks op tien meter van een bouwkolos en groen dat dreigt te verdwijnen. Van der Stelt spreekt van een schrikbeeld. ,,Dit soort geprop heeft niets meer met stedenbouw te maken.’’
Ook over Amstelwijck maakt Van der Stelt zich ernstig zorgen. Daar dreigt in zijn ogen ook een soort eh… woonramp, want terwijl woningen, kantoren en hotels zich hier aaneenrijgen, ontbreekt in dit kersverse stukje Dordt een samenhangende visie op dit groeiende stadsdeel. Voorzieningen? Ho maar. Een station? De ruimte ervoor dreigt te verdwijnen onder kavels die vandaag geld opleveren, maar morgen een volwaardige wijk in de weg zitten. Van der Stelt waarschuwt de gemeenteraad: maak van Amstelwijck geen verzameling postzegels, maar een stadsdeel met een hart.
De gemeente noemt de gewraakte tekeningen slechts verkennende schetsen met als argument ‘Verdichting begint bij kwaliteit, niet bij aantallen.’ Dat klinkt plausibel, maar waarom ligt de verdichtingsstudie uit 2024 dan nog altijd achter slot en grendel? Openbaarmaking zou de gemeentelijke positie kunnen schaden, zo luidt het antwoord vanuit het Stadskantoor. Ja hoor… welke positie dan? Die van een bestuur dat liever zelf bepaalt wat de burger mag weten?
Natuurlijk moet Dordrecht bouwen. Maar woningnood mag natuurlijk ook weer geen vrijbrief zijn om alles maar rücksichtslos vol te plempen.
Want stenen kun je stapelen, maar de ziel van een stad kun je nooit meer achteraf bijbouwen.