
Noem mij chauvinistisch, maar ik werd er oprecht een beetje warm van: Vincent Mentzel tussen Dordt en Peking. Die titel staat straks boven een tentoonstelling in het Noord‑Hollandse kunstenaarsdorp Bergen. Vanaf oktober hangen daar, levensgroot, foto’s van een man die vanuit Dordrecht de wereld in trok en die wereld jarenlang voor ons heeft vastgelegd.
Vincent Mentzel mag dan geboren zijn in Hoogkarspel, hij woonde vanaf zijn vijfde levensjaar in Dordt en groeide hier ook op. In 1973 had hij zijn eerste solotentoonstelling in het Dordrechts Museum. Daarna volgde de grote vlucht: de Academie in Rotterdam, staffotograaf bij NRC Handelsblad, en een oeuvre dat inmiddels behoort tot het collectieve geheugen van Nederland. Het Rijksmuseum kocht eind 2010 een groot deel van zijn werk — zo’n 2.800 afdrukken — en legde daarmee een belangrijk deel van zijn fotografische nalatenschap vast. De opbrengst vormde de basis voor het Vincent Mentzel Fonds, dat sinds 2011 jonge fotografen ondersteunt.
Politici, koningen, oorlogen, reizen, demonstraties, gewone mensen: Mentzel wist steeds dat ene moment te vinden waarop een foto méér werd dan een plaatje. Zijn beelden van onder anderen Joop den Uyl en Beatrix zijn iconen geworden. Hij heeft daarmee niet alleen geschiedenis gefotografeerd, maar ook mede bepaald hoe wij die geschiedenis zijn gaan zien.
En precies dáárom hoort hij in het rijtje Cuyp, Van Strij, Maes en Bol. Dit omdat hij als een ware Dordtse meester, een tijdperk wist te vangen. Waar zij met verf hun werkelijkheid vast legden, deed Mentzel dat met licht, timing en een feilloos gevoel voor het moment. Zijn foto’s zijn geen registraties, maar interpretaties: beelden die zijn blijven hangen… die onze visie vormden en nog altijd vormen.
Bergen krijgt straks een prachtig stukje Dordt cadeau. Maar eigenlijk zou dat cadeau ooit ‘thuis’ moeten komen: naar het Dordrechts Museum, de Kunstkerk, Het Hof, het Energiehuis, of welke plek dan ook op dit eiland waar het werk van Vincent Mentzel opnieuw kan worden omarmd.