
Sommige steden zetten zonder nadenken een standbeeld neer van een admiraal, generaal of burgemeester waarvan niemand meer weet waarom die ooit zo nodig vereeuwigd moest worden. Historische vulling… hooguit goed voor schoolreisjes, rondleidingen voor dagjesmensen en duiven met buikloop.
Haarlem heeft Godfried Bomans al jaren keurig op een sokkel staan. Nou ja… staan; hij zit, trekkend aan zijn pijp, aandachtig een boek te lezen.
Dordrecht verdient een soortgelijk eerbetoon. En nu komt het ervan: een beeld van Kees Buddingh’. Mét Blauwbilgorgel. Het werd tijd ook.
Want wat Bomans voor Haarlem is, is Buddingh’ voor ons. Alleen moesten wij het tot nu toe doen met een lullig (met auto’s gevuld) achterafpleintje als herinnering aan een man die dichter, schrijver, DFC’er, taalacrobaat en bovenal Dordtenaar was. Elke rechtgeaarde Schapekop dreunt als haast vanzelf deze regels uit zijn beroemdste gedicht mee: ‘Ik ben de blauwbilgorgel, Mijn vader was een porgel, Mijn moeder was een porulan, Daar komen vreemde kind’ren van. Raban! Raban! Raban!’ Meer hoef ik niet te citeren om een glimlach op uw gezicht te toveren.
Drie kunstenaars buigen zich nu over de vraag hoe je een dichter en een fantasiebeest in één beeld giet zonder dat het op een mislukte attractie uit de Efteling lijkt. Ik ben maar gewoon lid van die werkgroep, maar gelukkig zitten er mensen in met serieus verstand van kunst. Zelf stel ik louter vragen als: wordt het mooi? Wordt het passend?
Nog even voor de zolderkamertjesbrigade op Facebook die nu over centen begint te zeuren: onze werkgroep leunt niet op de gemeentekas. Wij regelen onze eigen financiering, dus adem rustig door.
Persoonlijk zie ik het beeld trouwens al helemaal voor me: Kees Buddingh’ met zijn eigen Blauwbilgorgel. Nee, niet zozeer als statisch eerbetoon aan een dode dichter, maar als tastbare bevestiging van wat hij zelf ooit zei: poëzie is een manier om de werkelijkheid te vergroten. En precies dát is wat dit beeld moet gaan doen.
Hij zei dus dat poëzie de werkelijkheid kon vergroten, Kees, niet standbeelden.
Inmiddels heeft de Dicke familie laten weten dat ze geen prijs stelt op een beeld van Otto. Terecht. Dat stond in de Poorter afgelopen week. Daar stond ook in dat Sacha Buddingh’ “pleitte voor de Blauwbilgorgel”. Niet voor een beeld van zijn vader dus (of begrijp ik het onhandige zinnetje verkeerd?), maar het comité gaat daar wel mee verder. Ik vraag me nog wel af wat Wiebe van dit alles vindt.