
Dordrecht speelde vorige week weer eens Amsterdam. De Voorstraat werd omgetoverd tot de Wallen, compleet met demonstranten, feestvierders en Canadese bevrijders. Regisseur Tim Oliehoek draaide er scènes voor Koning van de Wallen, de nieuwe VPRO‑serie over de opkomst en de ondergang van sexclub-exploitant Zwarte Joop.
Ik moet eerlijk zeggen: het was een verademing om eens níet te horen dat we ‘zo lekker zeventiende‑eeuws’ ogen. Dit representeerden we het Amsterdams van kort na de bevrijding en uit de sixties en de seventies. We zijn zo lekker multi-inzetbaar.
Want ja, Dordrecht is al vele decennia het Zwitsers zakmes van de Nederlandse filmwereld. In Pietje Bell en Kruimeltje waren we een vooroorlogs Rotjeknor, in Zwartboek waren we een oorlogsdécor dat overal kon liggen tussen 1940 en 1945 en in Lyrebird liepen beroemde Hollywood‑acteurs, onder wie Guy Pierce, door onze ‘Amsterdamse’ straten. Kortom… je zou Dordrecht de understudy van Nederland kunnen noemen. Als Amsterdam, Rotterdam of Den Haag even niet beschikbaar zijn, staat Dordt al in de coulissen met de schminkdoos in de hand.
Da’s prachtig natuurlijk, maar toch… ergens wringt het. Want hoe leuk het ook is dat Dordrecht zo overtuigend andere steden kan spelen, ik droom stiekem van het moment dat we ook eens gewoon Dordt mogen zijn in een serie waarin onze stad niet het decor vormt voor andermans realiteit. Tijd dus voor Flikken Dordt, met achtervolgingen door de Wolwevershaven en een rechercheur die altijd te laat komt omdat de Papendrechtse brug openstaat. Tijd voor Goede Tijden, Dordtse Tijden, met relationele ellende op de terrassen van het Scheffersplein en een ijzingwekkende cliffhanger bij het Drierivierenpunt. Tijd voor een serieuze dramaserie over Johan en Cornelis de Witt, waarin de gebroeders eindelijk eens worden neergezet als de politieke superhelden die ze waren.
Dus ja, laat die filmploegen maar komen. Maar ooit speelt Dordrecht niet langer Amsterdam, Rotterdam of Den Haag. Nee, dan speelt onze stad eindelijk de rol die haar toekomt: zichzelf.