
doet het weer. Alsof een miljoenenboete niets meer is dan een administratief hindernisje, wordt het Dordtse chemiebedrijf opnieuw betrapt op het ontduiken van de regels. Dit keer is het trifluormethaan, een uiterst krachtig broeikasgas, dat zogenaamd werd geïmporteerd om vernietigd te worden, maar in werkelijkheid als grondstof diende voor de diverse fluorverbindingen die het bedrijf produceert. Gewoon een rotsmoes dus. Het is een patroon dat inmiddels meer weg heeft van een strategie dan van een incidentele misstap.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft Chemours stevig op de vingers getikt… en terecht natuurlijk. De Europese F-gassenverordening is immers in het leven geroepen om de vervuiling van grond, lucht en water tegen te gaan en niet om bedrijven achterdeurtjes te bieden om maar te kunnen blijven rommelen met quota en rapportages. We hebben het hier namelijk niet over zomaar een administratieve fout van Chemours, maar over systematische ondermijning van regelgeving. Op dat gebied vertoont dit bedrijf inmiddels wel héél duidelijke trekjes van een gewetenloze draaideurcrimineel.
En dat is eigenlijk wat ik nog het meest frustrerend vind aan dit verhaal? Het is namelijk een herhaling (de zóveelste al) van zetten en Chemours komt er meestal nog mee weg ook. Als argeloze burger zou je bijna gaan geloven dat de vervuiling zichzelf aanricht… alsof Chemours hooguit toeschouwer is in het theater waar ze al sinds jaar en dag haar eigen industriële dodendans opvoert.
Hier werkt een bedrijf dat zich keer op keer onaantastbaar waant. Iedere opgelegde boete is immers hooguit een tijdelijke tegenvaller… een bedrag dat met droge ogen wordt weggestreept tegen een nog altijd reusachtige winst. Die recente dwangsom van één miljoen euro is voor Chemours in het grote geheel namelijk niets meer dan wisselgeld.
Zo lang handhavers en beleidsmakers geen serieuze wegen maar hooguit moeizaam begaanbare geitenpaadjes vinden om dit bedrijf serieus aan te pakken kun je simpelweg stellen: misdaad loont voor Chemours.