Soms moet je waarde willen bewaren


Er zijn van die stukjes stad die zichzelf niet hoeven te bewijzen. Ze liggen er gewoon… achteloos bijna, alsof ze willen zeggen: ‘Doe maar rustig, ik ben er al.’
Het puntje van Stadswerven is zo’n plek. Blafmans en ik lopen er meermalen per week heen; via de Schuttevaerkade, over de Prins Clausbrug, naar dat tijdelijke uitrenveldje, dat eigenlijk veel te perfect is om tijdelijk te zijn. Het is een lapje gras met uitzicht dat je elders hooguit op historische ansichtkaarten vindt.
En nu lees ik op de gemeentelijke website dat de gemeente en ontwikkelclub OCW het plan voor één van die twee nog beoogde appartementencomplexen (het gaat hier om die ene die precies op die punt moet komen) hebben losgelaten. OCW ziet af van het kooprecht en de gemeente zoekt – ik citeer- ‘een nieuw plan binnen de kaders van het bestemmingsplan.’
Dat klinkt als: we weten het even niet.
Voor mij is het simpel: dit is een buitenkans… een zeldzaam moment waarop de stad per ongeluk iets goeds kan doen door even niets te doen. Want laten we eerlijk zijn: waar zit je nu lekkerder dan op dat puntje, in het zonnetje, met uitzicht over Dordt, Zwijndrecht, Papendrecht en drie levendige rivieren?  Nee, dit is geen bouwlocatie. Dit is een cadeau.
Natuurlijk… het is peperdure grond. Maar als we elk mooi stukje Dordt automatisch reserveren voor mensen met een dikke portemonnee, wat blijft er dan nog over voor de rest van de stad? Een stad is geen vastgoedportefeuille. Een stad leeft bij plekken waar iedereen mag zitten, ademen, kijken en verdwalen in een zonsondergang.
Dus wat mij betreft: geen appartementen, geen torens, geen prestige. Hou dit puntje open. Maak er een miniparkje van, met bankjes, gras, misschien een koffiecorner voor de liefhebbers. Een plek waar binnenstadsbewoners letterlijk lucht krijgen.
Soms moet je geen geld willen verdienen, maar waarde willen bewaren.
En dit stukje Dordt is van onschatbare waarde.

Plaats een reactie