
Vandaag sta ik stil bij iets dat groter is dan herdenken alleen. Het is een dag waarop vrijheid geen abstract begrip is, maar een tastbare erfenis, bevochten door mensen die hun leven in de waagschaal stelden. Zij spraken, handelden en weerstonden, juist toen spreken gevaarlijk was. Ook de vrijheid van meningsuiting, waar ik als journalist en columnist al ruim vier decennia van besta, wortelt in hun moed en in hun weigering om te zwijgen wanneer zwijgen het veiligst leek.
Die gedachte voelt steeds urgenter, want wie de beschamende, soms ronduit racistische reacties leest op de opening van het azc in Dordrecht, ziet hoe snel woorden verharden. Discussies over dit soort hete hangijzers ontaarden in hakken in het zand, boosheid en zelfs bedreigingen. Alsof luisteren zwakte is en nuance verraad, terwijl juist begrip voor elkaar, ook voor mensen die hier een veilig bestaan zoeken, de kern vormt van een samenleving die zichzelf serieus neemt.
Ik vraag me af of die verharding samenhangt met afstand. Generaties groeien inmiddels op zonder directe of indirecte herinnering aan bezetting, angst en onderdrukking. Vrijheid lijkt vanzelfsprekend, bijna een recht zonder prijs. Maar wie niet weet wat er op het spel stond, voelt minder hoe kostbaar zij is en hoe snel zij kan kantelen wanneer we elkaar niet meer willen horen of vertrouwen.
De vierde mei herinnert mij eraan dat vrijheid onderhoud vraagt, dat woorden gewicht hebben, en dat het verdragen van verschil geen luxe is maar een plicht. De offers van toen zijn geen afgesloten hoofdstuk, maar een opdracht voor nu… een uitnodiging om alert te blijven.
Dat begint met blijven luisteren én het besef dat onze stemmen slechts vrij zijn omdat anderen ooit hun stem riskeerden. Vanavond zoek ik de stilte, niet alleen buiten maar ook in mijn hoofd. Morgen vier ik de vrijheid, dankbaar en me zeer bewust van het feit dat zij nooit vanzelf spreekt en steeds opnieuw door ons gedragen moet worden.