
Overheidsbeleid is soms net een slecht schoolrapport: eerst een belofte dat het ‘volgend jaar écht beter wordt’ en dan vervolgens tóch een rode streep door de toekomst trekken. Dat overkomt nu het Onderwijsmuseum in Dordrecht.
Een maand geleden stonden medewerkers en vrijwilligers nog te proosten tussen de lessenaars en leesplankjes omdat de Tweede Kamer besloten had dat het museum niet alleen mocht blijven bestaan, maar zelfs mocht groeien. Terecht, want een land dat zichzelf serieus neemt, koestert zijn onderwijsverleden. Punt.
Maar nu, nauwelijks vier weken later, valt alsnog de bijl. Staatssecretaris Tielen schrijft dat de subsidie per 2027 stopt. Geen structurele dekking, geen ruimte, geen geld. Dat is alsof je een klas vertelt dat de schoolreis doorgaat, om vervolgens op het schoolplein te melden dat de bus toch niet komt. Nee… zoiets dóe je mensen gewoonweg niet aan.
Het Onderwijsmuseum is namelijk geen curiositeitenkabinet, het is een nationaal geheugenpaleis; een plek waar generaties kunnen zien hoe we van lei naar laptop gingen. Elk zichzelf respecterend land heeft zo’n plek. Niet omdat het moet, maar omdat het wil begrijpen waar het vandaan komt. Wie het onderwijsverleden wegbezuinigt, snijdt in zijn eigen wortels. Dat weet elke docent geschiedenis, dat weet elke schooldirecteur en dat weet elke ouder die ooit een rapport ondertekende.
En dan te bedenken dat de Kamer al twee keer heeft uitgesproken dat dit museum moet blijven. Toch vindt het ministerie een achterdeur. ,,We hebben geen geld.” Het is de meest uitgeholde zin van Den Haag. Ondertussen staan honderd medewerkers en vrijwilligers met de rug tegen de muur. Dordrecht steunt ze, het onderwijsveld steunt ze, de politiek steunt ze, alleen die ene bewindspersoon die het verschil kan maken laat ze keihard vallen.
Ik vind dat diep treurig. Een land dat zijn onderwijsverleden laat verdampen, verliest immers meer dan louter een museum. Het verliest zijn geheugen.