
De vierduizend columns van Kees Thies vielen niet altijd goed: ‘Ik zit niet in een ivoren toren alles maar af te keuren’
Van Kees Thies (66) verscheen deze week de vierduizendste column in AD De Dordtenaar. We grijpen deze bijzondere mijlpaal aan om met hem terug te blikken op ruim zestien jaar columns over ‘zijn’ Dordt en doen dat onder meer aan de hand van vragen die lezers hebben ingestuurd. „Die blokkeerknop op Facebook is hartstikke handig.’’
door Albert Sok
Hoe vaak krijg je berichten van lezers naar aanleiding van je columns?
„Dat zijn er over het algemeen vijf of tien, maar soms ook helemaal geen één. Op zulke dagen heb ik blijkbaar een goede column geschreven, denk ik dan maar. Maar als het een beetje een ‘leuke’ is over een ontmoeting met een zwerver of Blafmans, dan zijn het er soms wel tientallen. Op sociale media, maar ook via de mail of WhatsApp. Nee, ik reageer zeker niet altijd, maar als iemand een vraag heeft of met een serieuze reactie komt, dan doe ik dat wel. Ik probeer altijd wel een half uurtje vrij te maken daarvoor.’’
Je krijgt ook weleens negatieve reacties.
„Jazeker, maar als iemand zegt van ‘Lul, het is tijd dat je eens stopt’… Wat moet je daar dan tegen zeggen? Daarvoor is de blokkeerknop op Facebook hartstikke handig. Dat zijn mensen die gewoon tegen me zijn, die me een linkse bomenknuffelaar vinden. Het is is trouwens wel aardig om te vermelden dat sommige mensen het verschil tussen een column en een redactioneel artikel niet weten. Een column is de mening van één persoon en dat ben ik toevallig in dit geval. Mensen vergeten wel eens dat dat het gewoon mijn mening is. Dus als ze mij niet pruimen, dan is dat toch geen probleem? Er is ook weleens iemand die een brief heeft gestuurd naar de hoofdredactie, omdat hij vond dat ik moest worden ontslagen.’’
Kim Kerkhof, één van de lezers die een vraag instuurde, vindt jou bijvoorbeeld ‘een betweterige, kortzichtige man die doet alsof je alles weet, terwijl je alles uit je luie stoel bekijkt’.
„Daar moet ik alleen maar om lachen. Ik ben helemaal niet kortzichtig, want ik doe onderzoek naar de onderwerpen waar ik over schrijf en ik laat alle partijen aan het woord. Ik houd alle gemeentelijke stukken bij, vooral van Dordt natuurlijk. Dus dat is gewoon onzin. Dat is gewoon iemand die je niet aardig vindt. En dan vanuit mijn luie stoel… Ook dat is helemaal niet waar. Ik ben overal op, in en aan. Weet je, ik ben heel de dag actief in die stad. Het is niet zo dat ik alleen maar in mijn ivoren toren zit te schrijven en alles zit af te keuren. Ik schrijf nooit een artikel zomaar met de natte vinger.’’
Anne-Marike van der Hoek vraagt of het je ooit gelukt is de Dordtse politiek of het gemeentelijk beleid te beïnvloeden.
„Ik wil eigenlijk helemaal niemand beïnvloeden. Ik wil hooguit uit het denken van mensen beïnvloeden. Dus als als iemand heel erg recalcitrant tegen de ene kant aan hangt, weet je wel, dan wil ik eigenlijk ook die andere kant belichten. Ik wil gewoon dat mensen wijze besluiten nemen. En dat wil niet zeggen dat ik de wijsheid in pacht heb. Maar als iemand A zegt dan wil ik heel graag B laten horen. Dingen zijn nooit eenzijdig. Alle munten hebben twee kanten zeg maar.’’
Je krijgt vast ook reacties van de burgemeester, wethouders en raadsleden?
„Ik word inderdaad weleens gepolst, omdat ze bang zijn dat ik iets ga afkraken. Maar ik zal niet gauw iets helemaal de grond in schrijven. Al zijn er natuurlijk dingen waar ik vaak over schrijf, omdat die niet van de grond komen. Denk aan het hotel op het Vrieseplein, het V&D-pand, Pand Teerlink… Dat gaat allemaal veel te traag. Maar het is niet zo dat ik zout in die wond wil wrijven. Integendeel: ik heb vaak te doen met politici die bergen kritiek over zich heen krijgen. Daarom speel ik het nooit op de persoon. Ik geloof ook niet dat je het zo lang kunt volhouden als je alleen maar negatief bent. Ik wil Dordtenaren juist trots maken op hun stad.’’
Welke column is je het meest bijgebleven, vraagt Amanda Bozuwa zich af.
„Dan kom je bij een heel recente uit, mijn column over het gevoel dat ik heb als ik op Terschelling ben en het gevoel in Dordrecht. Het zijn allebei eilanden en ze zijn echt wel vergelijkbaar, al is het op Terschelling natuurlijk veel kleine, is er meer natuur en kan ik mezelf daar even ‘uitzetten’. Allebei zitten ze vol dynamiek. Dordt is echt een dynamische stad geworden, als je het vergelijkt met hoe het hier was toen op mijn elfde uit Hoogvliet hier kwam wonen. Destijds was Dordt nagenoeg dood. Iedereen kent Terschelling, maar inmiddels kent ook iedereen Dordrecht en is het niet alleen maar de stad waar je langs komt naar het zuiden.’’
Wat heeft het eiland volgens jou dringend nodig, wil Co Vest weten.
„Ik heb daar mijn hele vakantie op Terschelling over nagedacht. Wat de stad volgens mij nodig heeft is een soepele overgang van het station naar de binnenstad. Als je nu op het station staat, dan roept de stad niet heel hard ‘Welkom!’ Het is niet bepaald het mooiste stukje van de stad. Datzelfde geldt trouwens voor de entree vanaf de A16 of via de Staart. Wat ook geweldig zou zijn is een aaneengesloten boulevard langs de rivier zonder dat je huizen tegenkomt, net zoals bijvoorbeeld het Aviolandapad in Papendrecht…
Dat klinkt als een luchtkasteel, Kees…
„Dat weet ik ook wel, maar ik houd daarvan. Eén van mijn eerste columns ging ook over een luchtkasteel: een kabelbaan over het drierivierenpunt waarmee je dan naar Papendrecht of Zwijndrecht zou kunnen en die met elkaar verbindt. Of een tunnel, net zoals in Antwerpen! Daar kun je wandelend onder de Schelde door. En een meer gevarieerd winkelaanbod zou ook fijn zijn. De kritiek daarop vind ik terecht. Je kunt hier bijna geen kleding kopen. Jongelui gaan daarvoor echt naar Breda of Rotterdam. Ook heeft Dordt meer studenten nodig. Studentenleven maakt de stad rijker. Kijk naar Tilburg, Leiden, Delft, weet je wel. Hier kun je op dinsdagavond op de Voorstraat nog altijd een tukkie doen zonder dat je bang hoeft te zijn dat je wordt overreden.’’