
Er zijn van die gemeentelijke ideeën die ruiken naar beleid dat te lang in een la heeft liggen gisten. Het plan om binnenstadbewoners voortaan alleen tussen 07.00 en 11.00 uur toegang te geven tot hun eigen straat is er zo één. Dit plan klinkt alsof iemand in het Stadskantoor dacht: ,,Hoe maken we het leven van mensen nét even onhandiger?’’
Want laten we eerlijk zijn: dit gaat niet over autoluwte. Het is namelijk al lang geen discussie meer dat een binnenstad daar baat bij heeft. Minder auto’s in een binnenstad is (aantoonbaar zelfs) goed voor horeca, ondernemers en leefbaarheid. Alleen voegt dit onzalige idee helemaal niks toe. Het symboolbeleid dat de verkeerde mensen treft, op het verkeerde moment en om de verkeerde redenen.
Jarenlang smeekte deze gemeente als het ware om meer bewoners in de binnenstad. ,,Kom erbij! Breng leven! Breng reuring!” En nu die mensen er zijn, worden ze behandeld als logistieke indringers die hun eigen voordeur alleen nog mogen benaderen binnen kantooruren. Alsof je een soort stedelijke stagiair bent die vóór elven moet inklokken.
Het wringt vooral omdat het probleem simpelweg niet bestaat. Loop ’s avonds door de binnenstad en je ziet meer katten en duiven dan auto’s. Maar toch wordt er gedaan alsof bewoners massaal de boel verstoppen. Alsof de Grotekerksbuurt elke avond verandert in de A16. Geloof me… da’s écht niet het geval.
En oh ja, er is kennelijk een eh… participatietraject. ,,Niets is in beton gegoten”, zegt de wethouder. Maar iedereen die de presentatie zag, weet: de betonwagen staat al achter het Stadskantoor te ronken; bewoners mogen nog even in de specie roeren, maar de fundering is al hard aan het worden.
Nee. Dit plan is geen oplossing. Het is een signaal. En het signaal is pijnlijk duidelijk: in Dordrecht mag je best in de binnenstad wonen… zolang je maar niet thuiskomt.
Ik zeg: een stad die haar bewoners buitensluit, sluit uiteindelijk zichzelf op.