
Bij sommige brieven vóel je gewoon dat er meer in staat dan er op het papier past. Zo’n brief kreeg ik deze week onder ogen. Hij ging over FC Dordrecht. En nee, hij was niet geschreven door een gefrustreerde supporter die na een verloren wedstrijd zijn seizoenkaart in de fik stak, maar door mensen (‘rondom’ de club) die de afgelopen jaren hebben meegebouwd aan een gezonde organisatie. Interessant dus.
Even wat feiten: vijf jaar geleden was FC Dordrecht bestuurlijk ongeveer zo stabiel als een campingstoel met drie poten. Toen kwam er een breed gedragen beleidsplan. De jeugdopleiding kreeg een impuls, sponsors haakten aan, de club werd professioneler en op de tribunes groeide iets wat jarenlang ontbrak: vertrouwen. Dat plan draaide om samenwerking, verbinding en luisteren naar de mensen met een clubhart. En da’s precies het tegenovergestelde van wat er nu lijkt te gebeuren.
Want ineens duikt er een brief op waarin woorden staan die je liever niet in combinatie met een voetbalclub ziet: angstcultuur, mogelijke belangenverstrengeling, ondoorzichtige besluitvorming en een – in de ogen van de briefschrijvers – te solistisch opererende algemeen directeur Hans de Zeeuw.
En dan ineens stapt operationeel directeur Frank van Mil op. De man van structuur, rem en bedrijfsvoering, die doorgaans moet voorkomen dat een club zichzelf in de sloot parkeert. Toeval? Mwoah… ik geloof niet in zóveel toeval achter elkaar.
Het interessantste staat aan het eind van de brief: namelijk de herinnering dat de maximale bestuurstermijn van De Zeeuw volgend jaar afloopt. Dat lijkt een terloopse mededeling, maar is gewoon een nette manier om te zeggen dat de club zich moet afvragen of de volgende fase misschien een andere aanvoerder in de bestuurskamer vraagt.
Ironisch genoeg schreef De Zeeuw zelf ooit dat een club alleen kan groeien door het gesprek met haar omgeving aan te gaan. Kennelijk vindt die ‘omgeving’ dat het tijd wordt dat hij de daad bij zijn eigen woorden voegt.