
Nu onze kinderen allebei – gelukkig in Dordt – een eigen huis hebben gevonden, hebben mijn vrouw en ik ineens een probleem: we hebben ruimte over… allebei een eigen werkkamer en zelfs een rommelkamertje, waar tegenwoordig de strijkplank woont.
Dat schijnt bij mensen van onze leeftijd een teken te zijn om kleiner te gaan wonen. Gelijkvloers misschien?
En ja, heel even kwam Terschelling ter sprake. Zou het niet geweldig zijn om dáár straks te gaan resideren? Nee… tóch niet. Niet voor altijd. Van je ideale vakantiebestemming moet je geen dagelijkse kost maken. Dan gaat de sjeu er af.
Daarbij komt dat Terschelling tegenwoordig ongeveer net zo betaalbaar is als een vrijstaand huis met zeezicht, maar dan eh… zonder het huis.
En bovendien hebben we dan een praktisch probleem. Onze zoon en dochter.
Die komen nu gezellig op de koffie, wanneer ze daar zin in hebben. Geen boot, geen getijden, geen stormwaarschuwing, geen laatste afvaart. Nee, gewoon aanbellen en aanschuiven. ,,Kan ik even een strandstoel uit de schuur halen… voor de buitenbios?’’
En dus hebben we besloten dat we voorlopig gewoon lekker blijven zitten waar we zitten; in die Dordtse binnenstad dus waar ik zoveel van hou, maar waar ik soms ook oprecht gek word… van toeristen die midden op de Vriesestraat collectief besluiten dat ze een groepsfoto willen maken; van leegschedeltjes op fatbikes die verkeersregels beschouwen als een vrijblijvende optie, van eeuwig durende bouwprojecten en van achteruitstekende vrachtwagens met irritante piepgeluidjes.
Maar dan loop ik ’s avonds naar buiten.
De Grote Kerk staat te pronken… op de Pottenkade galmt een carillon en ik kom een bekende tegen die me meesleurt naar onze gezamenlijke stamkroeg.
En dan weet ik het.
Verhuizen?
Misschien ooit.
Maar niet weg.
En nee… niet eens vanwege de monumenten, de terrasjes, de heerlijke doorkijkjes en de lange zomeravonden bij de rivier, maar vanwege het feit dat deze stad diep van binnen nog altijd zo’n heerlijk dorpskarakter heeft.