Ik vond hem aardig maar toch ook een beetje onpeilbaar…


Het was diep in de nacht, op zo’n uur waarop een stad zichzelf niet meer serieus neemt. De terrassen waren leeg, de straatstenen glommen van een korte regenbui en zelfs de meeuwen zwegen. Onder een scheef lantaarnlicht aan het Groothoofd, zag ik hem staan: Mario. Dezelfde brede glimlach, dezelfde brutale ogen als vroeger, alleen verpakt in een gezicht waar het leven inmiddels stevig overheen was gegaan.
Op school al was hij iemand die lichte paniek opriep bij leraren. Bij mij ook trouwens. Ik vond hem aardig, maar toch ook een beetje onpeilbaar; terwijl ik als 15-jarige braaf mijn huiswerk maakte, handelde hij al in geestverruimende middelen en sportschoenen die, zoals hij het noemde, ‘van de vrachtwagen’ gevallen waren.
Na die schooljaren liepen onze levens uiteen en Mario verdween in een bestaan dat balanceerde tussen avontuur en ontsporing. Die nacht vertelde hij flarden van wat er van hem geworden was… over vast zitten in Spanje (iets met hasjsmokkel), over een mislukt horeca-avontuur met een duistere compagnon en over drie huwelijken ‘gestrand op karakter.’ En oh ja… óók over twee kinderen, van wie hij sprak met een zachtheid die totaal niet bij zijn ruwe stem past. Maar nu heeft Mario, naar eigen zeggen, zijn leven op orde, ,,Ik rij nachtdiensten voor een transportbedrijf en overdag lig ik meestal te pitten. Ik vind het eigenlijk wel lekker rustig zo.’’
Al binnen enkele minuten waren we weer twee schooljongens die elkaar met harde grappen probeerden te slopen. Niets was veilig: buikjes, haarlijnen, exen, slechte keuzes en oude blunders. We lachten ongegeneerd en veel te hard voor het tijdstip.
Misschien is dát de waarde van zulke ontmoetingen: dat iemand die je al jaren niet hebt gezien, je zonder moeite terugzet in een versie van jezelf die je eigenlijk vergeten was.
Toen we afscheid namen, sloeg Mario me hard op de schouder en liep hij fluitend de nacht in… alsof hij nog steeds nergens écht bij hoorde.

Plaats een reactie